Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/03/307152 / KG ZA 22-272)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep tevens houdende de memorie van grieven met producties;
- de memorie van antwoord tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep en akte wijziging eis met producties;
- de memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep met producties;
- de akte uitlaten van de zijde van [appellant] met producties;
- de antwoordakte van de zijde van Alpha Bewind tevens akte intrekking tweede eis in hoger beroep met productie;
- de beslissing van het hof over de verdere voortgang naar aanleiding van een verzoek van [appellant] om te mogen reageren op de antwoordakte van Alpha Bewind;
- de brief van mr. J.M. Wigman d.d. 27 maart 2023;
- de e-mail van mr. H.C. Egger-Van Oppen d.d. 18 april 2023.
3.De beoordeling
de beslissing na verwijzing
4.Beslissing
hofoverweegt als volgt.
Alpha Bewindbezwaar gemaakt tegen de door [appellant] overgelegde productie A.
hofstelt voorop dat de mogelijkheid tot het voeren van nieuwe verweren in hoger beroep op grond van art. 347 lid 1 Rv Pro in beginsel is beperkt tot het eerste processtuk dat partijen in hoger beroep mogen nemen. Op deze in beginsel strakke regel (de twee-conclusieleer) worden alleen uitzonderingen gemaakt vanwege 1) de bijzondere aard van de procedure, 2) de ondubbelzinnige toestemming van de wederpartij voor toelating van een te late stellingname, of 3) omdat de toepassing van de regel in strijd is met de goede procesorde. Bij dit laatste valt te denken aan (i) een rechterlijke fout; (ii) nieuwe ontwikkelingen van feitelijke of juridische aard nadat van grieven is gediend; of (iii) een aan de wederpartij toe te rekenen verkeerde voorstelling van zaken.
steltvast dat Alpha Bewind in de antwoordakte (tevens akte intrekking tweede eis in incidenteel hoger beroep) van 14 februari 2023 stelt dat de woning inmiddels aan de hoogste bieder is verkocht voor een bedrag van € 525.000,-- (randnr. 3 van de akte). Daarnaast stelt Alpha Bewind dat [appellant] waarschijnlijk niet-ontvankelijk is in zijn hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 15 juni 2022 vanwege schending van de termijn van art. 3:301 lid 2 BW Pro.
4.De uitspraak
18 juli 2023voor het nemen van een akte aan de zijde van [appellant] (maximaal 2 pagina’s) en het vervolgens op de rol van
15 augustus 2023voor het nemen van een antwoordakte (maximaal 2 pagina’s) aan de zijde van Alpha Bewind;