Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 31 januari 2023;
- de memorie van antwoord;
- de mondelinge behandeling die op 26 mei 2023 plaatsvond, waarbij partijen spreekaantekeningen hebben overgelegd;
- de met een H3-formulier van 15 mei 2023 ingediende akte wijziging van eis/akte inbreng producties die bij gelegenheid van de mondelinge behandeling is genomen.
6.De verdere beoordeling
is het hypotheekgever(hof: [appellant] )
niet toegestaan om het onderpand te verhuren, te verpachten of anderszins in gebruik af te staan.”
is het de geldnemer(hof: [appellant] )
verboden:
meermaals in de gelegenheid gesteld om dit aan te tonen. Ook dat is niet gebeurd. Helaas werden onze vermoedens bevestigd. Namelijk dat u de woning gedurende al die tijd aan diverse huurders heeft verhuurd, ook na 2018.
al eerder duidelijk heeft gemaakt de woning niet onderhands te willen en zullen verkopen.
‘thans’) bereid is om in afwijking van het huurbeding geen stappen te ondernemen tegen verhuur door [appellant] , en dat dan op voorwaarde dat [appellant] stipt voldoet aan zijn verplichtingen tegenover Obvion. Ook bepaalt de brief voor de gemiddelde consument voldoende duidelijk dat Obvion vasthoudt aan haar recht de nietigheid van de huurovereenkomst in te roepen en dat Obvion zich alle rechten die zij heeft als hypotheekhoudster, voorbehoudt. Voor de gemiddelde consument was zodoende, in het licht van wat de hypothecaire geldleningsovereenkomst (hypotheekakte samen met de algemene voorwaarden) bepaalde over de gronden voor opeising door Obvion van de geldlening, voldoende duidelijk dat Obvion zich het recht voorbehield om op een later moment tot opeising van de aan [appellant] verstrekte geldlening over te gaan; de gemiddelde consument kon aan de hand van een en ander de economische gevolgen van de nadere regeling betreffende verhuur in de brief van 30 december 2010 inschatten.