Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/03/287293 / HA ZA 21-27)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met eiswijziging en producties;
- de memorie van antwoord, tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep met producties;
- de memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep;
- de akte uitlating producties van [appellante] ;
- de antwoordakte van [geïntimeerde] .
3.De beoordeling
OVEREENKOMST (voor hypotheekbetaling)
V. te bepalen dat het zwaard en de helm aan [geïntimeerde] worden toebedeeld;
C. de financiële ondersteuning van de ouders van [appellante] geen onderdeel uitmaakt van de nalatenschap van moeder alsmede de vermeende achterstallige rente;
met veroordeling van [geïntimeerde] in de kosten van de procedure, met wettelijke rente en nakosten.
Met betrekking tot het contante geld is overwogen dat niet kan worden vastgesteld dat een bedrag aan contanten van de door [appellante] genoemde omvang tot de nalatenschap behoorde. De rechtbank zag dan ook geen aanleiding om vast te stellen dat meer dan het door [geïntimeerde] genoemde restantbedrag aan contanten van € 3.227,71 diende te worden ingebracht.
Ten aanzien van de foto’s en sieraden is niet duidelijk geworden wat vader en moeder hebben achtergelaten, bij wie van partijen dit is en wat daarvan nog niet is verdeeld, zodat het niet zinvol is om een deskundige te benoemen die de waarde van de sieraden dient te bepalen en niet tot een verdeling van de sieraden en foto’s kan worden gekomen.
De rechtbank heeft de verdeling van de nalatenschap vervolgens zo vastgesteld:
€ 74.784,84
€ 102.835,82
€ 56.960,54
- [appellante] veroordeeld tot betaling van € 28.909,56 aan [geïntimeerde] en de helft van de nog openstaande kosten van de afwikkeling van de nalatenschap aan de notaris, op straffe van een dwangsom; en
- bepaald dat het zwaard en de helm aan [geïntimeerde] worden toebedeeld tegen vergoeding van de waarde hiervan en dat [geïntimeerde] een duplicaat van het familiestamboek aan [appellante] dient te verstrekken, onder vergoeding van de kosten van het vervaardigen daarvan.
- dat zij, nadat zij de helft van de openstaande notariskosten inzake de afwikkeling van de nalatenschap had voldaan, niets meer aan [geïntimeerde] verschuldigd was;
4.De uitspraak
- aan de zijde van [geïntimeerde] met de hiervoor onder 3.8.5 en onder 3.11.4 vermelde doeleinden;