Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[appellant] ,wonende te [woonplaats] ,
[appellante],
wonende te [woonplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
1.[geïntimeerde 1] ,
[geïntimeerde 2] ,
[geïntimeerde 3] ,
[geïntimeerde 4] ,
[geïntimeerde 5] ,
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/03/310177 / KG ZA 22-385)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep met grieven, producties en eiswijziging en een referteverklaring van geïntimeerde 1;
- het tegen geïntimeerde 1 verleende verstek;
- de memorie van antwoord, tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep met producties van geïntimeerden 2 tot en met 5;
- een akte na memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep;
- een namens de executeur op 2 mei 2023 gestuurde e-mail waarin mededeling wordt gedaan van de benoeming van Duet Executeurs B.V.;
- de mondelinge behandeling van 14 juni 2023;
- de op 2 juni 2023 door geïntimeerden 2 tot en met 5 met een H12 formulier toegezonden producties, die tijdens de mondelinge behandeling op 14 juni 2023 in het geding zijn gebracht;
- drie producties die namens de executeur tijdens de mondelinge behandeling op 14 juni 2023 in het geding zijn gebracht.
3.De beoordeling in principaal en incidenteel hoger beroep
“het beheer van de nalatenschap als bedoeld in artikel 3:170 lid 2 Burgerlijk Pro Wetboek alsmede terzake van de vereffening van de nalatenschap”.In dit hoger beroep gaat het daar niet om. Het gaat in dit hoger beroep om de verbintenis tot levering van de woning uit de door de erflater (de [erflater] ) gesloten overeenkomst tot verkoop van de woning. Het hof is van oordeel dat dit een kwestie betreft van beheer in de zin van artikel 4:144 lid 1 BW Pro. De executeur vertegenwoordigt op grond van artikel 4:145 lid 2 BW Pro de erfgenamen in rechte, zodat [persoon A] niet zelf bevoegd is in (of buiten) rechte op te treden ter zake dit geschil (artikel 4:145 lid 1 BW Pro). Een en ander blijkt ook uit artikel 6 van Pro de verklaring van erfrecht en executele.