3.1 In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.
(i) [Eiser], geboren op [geboortedatum] 1943, is op 1 juli 1974 bij Leprastichting in dienst getreden.
(ii) Tijdens de kerstborrel van Leprastichting op 19 december 2002 heeft [verweerder 2], directeur van Leprastichting, bij het binnentreden van de slechts met kaarslicht verlichte recreatiezaal [eiser] in de billen geknepen en het woord "darkroom" gebruikt.
(iii) Nadat Leprastichting en [verweerder 2] in januari 2003 vergeefs hadden getracht het tussen partijen gerezen conflict rond dit kerstborrelincident op te lossen, heeft het bestuur van Leprastichting een klacht van [eiser] over dit incident in behandeling genomen. Het bestuur oordeelde de klacht gegrond en heeft [verweerder 2] bij brief van 19 maart 2003 onder meer het volgende bericht:
- Het bestuur spreekt zijn afkeuring uit over de door u op 19 december 2002 jegens [verweerder 2] gepleegde handeling en het daarbij gebezigde woordgebruik;
- Het bestuur neemt in aanmerking dat u uw verontschuldigingen hebt aangeboden aan [verweerder 2];
- Niettemin tekent het bestuur voor alle duidelijkheid aan dat een herhaling in enigerlei vorm uw positie van directeur onhoudbaar maakt;
- Het bestuur vertrouwt erop dat u uw verantwoordelijkheid zult nemen in het, voor zover in uw vermogen ligt, actief streven naar het herstel van goede werkverhoudingen tussen u en [verweerder 2].
(iv) Op 8 april 2003 heeft [eiser] zich ziek gemeld. Door de Arbo-dienst werd vastgesteld dat het ging om een situationele arbeidsongeschiktheid.
(v) Op verzoek van [eiser] heeft de kantonrechter te Amsterdam bij beschikking van 24 december 2003 de arbeidsovereenkomst tussen Leprastichting en [eiser] ontbonden met ingang van 1 februari 2004 wegens het blijvend komen te ontbreken van de goede verstandhouding tussen partijen, met toekenning aan [eiser] van een ontbindingsvergoeding van € 100.000,-- bruto. In de beschikking werd [eiser] tot 15 januari 2004 in de gelegenheid gesteld zijn ontbindingsverzoek in te trekken. [Eiser] heeft van deze mogelijkheid gebruik gemaakt.
(vi) Op verzoek van Leprastichting heeft de kantonrechter te Amsterdam bij beschikking van 26 mei 2004 de arbeidsovereenkomst tussen Leprastichting en [eiser] ontbonden met ingang van 1 juli 2004, zulks (wederom) wegens het blijvend komen te ontbreken van de goede verstandhouding tussen partijen. Aan [eiser] is in deze beschikking een ontbindingsvergoeding toegekend van € 68.500,-- bruto. In zijn beschikking heeft de kantonrechter uitdrukkelijk overwogen dat hij de eventueel door [eiser] geleden pensioenschade (schade wegens verminderde mogelijkheden of keuzemogelijkheden bij gebruik van de OBU-regeling daaronder begrepen) en de door [eiser] in verband met het incident geleden immateriële schade geheel buiten beschouwing heeft gelaten bij de vaststelling van de aan [eiser] naar billijkheid toekomende vergoeding. Leprastichting heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid haar ontbindingsverzoek in te trekken, zodat het dienstverband tussen partijen per 1 juli 2004 is geëindigd.
(vii) [Eiser] was voor Leprastichting werkzaam als Hoofd Voorlichting, in welke functie hij laatstelijk een salaris verdiende van € 5.288,-- bruto per maand, exclusief vakantietoeslag en bijkomende emolumenten.