Uitspraak
feit 1 subsidiair, betreffende [slachtoffer 1]
),‘afpersing’ (
feit 2, betreffende [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2]
)in eendaadse samenloop met ‘bedreiging’ (
feit 3, betreffende [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2]
), de verdachte strafbaar verklaard en de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 jaren met aftrek van voorarrest. Voorts is er beslist omtrent het beslag.
rechter voorportier en de rechter spiegel, duiden erop dat het motorvoertuig vanaf debuitenzijde, van voor naar achter, door tien kogels werd geraakt. De schutter van deze 10kogels bevond zich vermoedelijk in een gebied ter hoogte van het linker voorspatscherm vanhet betrokken motorvoertuig/aan de linker voorzijde van het voertuig/aan de voorzijde vanhet voertuig in het gebied tussen de voorzijde en de rechtervoorzijde van het voertuig/inhet gebied tussen de linker voorzijde en de rechter voorzijde van het voertuig.
gesteld dat het betrokken motorvoertuig zich tijdens een conflict tussen meerdere personen bevond in het midden van een vuurgevecht. Bij dit vuurgevecht werd vermoedelijk door minimaal twee personen met vuurwapens meerdere schoten op elkaar gelost waarbij diverse kogels in het voertuig insloegen. De schoten werden gelost vanaf de voorzijde en de rechter achterzijde van het voertuig. De nagenoeg wederzijdse schootsbanen concentreren zich vooral schuin, tussen linksvoor en rechtsachter van het voertuig, waarbij de schutter rechtsachter naast het voertuig tijdens het vuurgevecht vermoedelijk dekking zocht achter het geopende rechter voorportier. [5]
[slachtoffer 1]bleef
. [medeverdachte 2] was voor het schieten al gevlucht uit de auto. [6]
had geschoten meteen Baretta, 9mm.[slachtoffer 2] ziet dat de man die achter [slachtoffer 1] zat, zich uit de auto laat vallen/rollen en onder het portier doorkroop richting [slachtoffer 1] . Het portier bij [slachtoffer 1] stond ook open. [slachtoffer 2] zag de man tussen de 2 portieren geknield achter [slachtoffer 1] zitten en hoorde hem schreeuwen: ik schiet je meisje, ik schiet je meisje. [slachtoffer 2] stond links voor zijn auto op dat moment. [slachtoffer 2] hoorde zeker 4 schoten die niet van hem, [slachtoffer 2] , waren. Volgens [slachtoffer 2] werd [slachtoffer 1] als schild gebruikt. Vervolgens hoorde [slachtoffer 2] [slachtoffer 1] schreeuwen: ik ben geraakt, ik ben geraakt.
passen13 patronen. [slachtoffer 2] heeft aangegeven dat bij het doorladen een volmantel was uitgeworpen, waardoor hij nog 12 schoten over had.[slachtoffer 2] hoorde de schutter roepen: Je weet wat je gedaan hebt. [7]
heeft verklaard dat zij samen met [slachtoffer 2] naar een flatgebouw aan [adres] was gereden. Zij had gewacht op [slachtoffer 2] in de auto en zat op debijrijdersstoel. Er stapten twee onbekendenmannen achter in de auto. De verdachte wasachter haar gaan zitten en de [medeverdachte 2] achter de bestuurdersstoel. [8] De verdachte zei tegen haar "Blijf stil zitten totdat je vriendje terugkomt". [slachtoffer 1] heeft verklaard dat de verdachte een zilverkleurig wapen vasthield en dit op haar richtte. [9] Ze hoorde dat hij schreeuwde tegen [slachtoffer 2] "houd je rustig anders schiet ik op je vriendin".[slachtoffer 1] raakte hierdoor in paniek en wilde weg uit de auto. Dat ging alleen niet, want zij zat nog vast in de gordel. De man stond met het vuurwapen gericht in de deuropening. [slachtoffer 1] draaide haar hele lichaam weg van hem, maar hij pakte haar vast en trok haar terug in de normale zitpositie. [slachtoffer 1] raakte hierdoor in paniek en begon te schreeuwen. [slachtoffer 2] begon hierdoor ook te schreeuwen. Op het moment dat er werd geschoten dook [slachtoffer 1] in elkaar. Na een paar schoten voelde zij dat zij geraakt was. Toen de eerste schoten begonnen hield zij haar armen voor haar gezicht en trok zij haar benen op. [slachtoffer 1] was geraakt aan haar rechter onderarm door een kogel en een kogel heeft haar rechterscheenbeen geschampt. Zij schreeuwde tegen [slachtoffer 2] dat zij geraakt was in haar rechter onderarm. [10] De verdachte gebruikte haar als drukmiddel en hij riep tegen [slachtoffer 2] “Je weet heel goed wat je gedaan hebt". [11]
Ten aanzien van feit 1
reeks door de verdachte kunnen worden geraakt, doch ook door een verwoestende uitwerking van een ricochet. Dat de mogelijkheid van een ricochet wel degelijk heeft bestaan en zich ook verwezenlijkt heeft, blijkt uit het onderzoek van de politie wat betreft de kogelinslag nummer 13: die inslag betrof een ricochetbeschadiging van een kogel. Naar het oordeel van de rechtbank was, door het handelen van de verdachte, sprake van een reële, niet onwaarschijnlijke kans op de dood van [slachtoffer 1] . De rechtbank neemt hierbij mede inaanmerking het feit dat [slachtoffer 1] zich, op het moment van het schieten door de verdachte, op de bijrijdersstoel van de Polo bevond en dat zij feitelijk gefixeerd was omdat zij die plek nietkon verlaten. Dat [slachtoffer 1] door het handelen van de verdachte niet haar leven heeft verloren,is een niet aan de verdachte te danken, gelukkige omstandigheid.
Ten aanzien van de feiten 2 en 3
die [slachtoffer 2] gestolen zou hebben van een bekende van deverdachte,
terug te halen. Die persoon had dat aan de verdachte gevraagd. De rechtbank gaat uit van dit motief van de verdachte nu hij in meerdere verklaringen hierover consistent heeft verklaard. Hij liep vervolgens samen met de [medeverdachte 2] naar de auto waar [slachtoffer 1] op dat moment op de bijrijdersstoel zat. Hij stapte achter in de auto (achter debijrijdersplaats) en de [medeverdachte 2] nam plaats achter de bestuurdersplaats Deverdachte toonde vervolgens een vuurwapen aan [slachtoffer 1] en zei tegen haar dat zij rustig moest blijven zitten tot [slachtoffer 2] terug was. Vervolgens liep [slachtoffer 2] in de richting van de auto, waarna de verdachte naar [slachtoffer 2] riep dat hij heel goed weet wat hij heeft gedaan. Vervolgens dreigde de verdachte dat hij [slachtoffer 1] zou neerschietenen vuurde uiteindelijk vijf kogels af, waarvan in ieder geval vier vlak in de buurt van [slachtoffer 1] insloegen.
het tonen van het wapen aan [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2]en het vervolgens lossen van schoten,leidt eveneens tot het oordeel dat de verdachte [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heeft bedreigdmet enig misdrijf tegen het leven gericht
. De rechtbank acht dit feit derhalve ook wettig en overtuigend bewezen.
wederrechtelijkeaanranding van verdachtes of eens anders lijf, eerbaarheid of goed.
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
7 (zeven) jaren;
onttrekking aan het verkeervan de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
- 12 STK Munitie (Omschrijving: 380 Cbc Auto)
- 1 STK Wapen
- 1 STK Wapen
- 1 STK Munitie
- Onder de nummers 13 tot en met 36 1 STK Munitie;
bewaringten behoeve van de rechthebbende van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
- 1 STK GSM (Omschrijving: zwart, merk: Nokia)
- 1 DS Doos (Omschrijving: wit)
- 1 STK Kleding
- 1 STK Sieraad
- 56 EUR
- 1 STK Bouwmateriaal
- 1 STK Bouwmateriaal
- 1 STK Sigaret
- 1 STK Sigaret
- 1 STK GSM (Omschrijving: Samsung).