Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- appellante, bijgestaan door mr. Van Ek;
- mevrouw [bewindvoerder] , hierna te noemen: de bewindvoerder en
- mevrouw [beschermingsbewindvoerder 1] en mevrouw [beschermingsbewindvoerder 2] van [onderneming] , hierna te noemen: de beschermingsbewindvoerders.
- het proces-verbaal van de rechtbank Limburg van de zitting van 25 mei 2023, ter zake het verzoek tot tussentijdse (aldus de ‘kop’ van het proces-verbaal) beëindiging van de schuldsaneringsregeling zonder schone lei onder gelijktijdige omzetting in een faillissement;
- de met V6-formulier ingediende aanvullende bijlagen (nr. 1 tot en met 4) namens appellante, ingekomen ter griffie van dit hof op 23 juni 2023 en
- de ingediende aanvullende bijlagen (nr. 5 tot en met 10) namens appellante, ingekomen ter griffie van dit hof op 6 juli 2023.