Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 2 november 2021 waarbij het hof een mondelinge behandeling na aanbrengen heeft gelast;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 17 januari 2022;
- de memorie van grieven;
- de memorie van antwoord;
- de akte van [appellant] ;
- de antwoordakte van de curator;
- de mondeling behandeling van 3 mei 2023, waarbij partijen spreeknotities hebben overgelegd.
6.De beoordeling
“Abschlagzahlung auf Restzahlung gem. Vereinbarung”. De betaling vond plaats op de Nederlandse bankrekening van [appellant] .
“Voorschot op de laatste betaling volgens afspraak”, onderstreept dat naar het oordeel van het hof ook. In het licht daarvan is de enkele reactie van de curator dat de overeenkomst niet met Rueckruf maar met [persoon A] is gesloten en dat Rueckruf in de overeenkomst ook niet (als partij) is genoemd, zodat [appellant] er niet gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat Rueckruf bewust aan hem heeft betaald, onvoldoende. Om welke reden in de gegeven omstandigheden nog een afzonderlijk bericht van Rueckruf aan [appellant] nodig zou zijn geweest, is niet duidelijk geworden.