In deze strafzaak stond centraal of de betrokkene ontnemingsplichtig was voor wederrechtelijk verkregen voordeel door het langer dan drie jaar opslaan van teerhoudend asfaltgranulaat (TAG) in strijd met vergunningvoorschriften. De rechtbank had het voordeel vastgesteld op €374.072 en de betrokkene tot betaling aan de Staat veroordeeld.
Het hof heeft het vonnis vernietigd en de ontnemingsvordering afgewezen. Het hof erkent dat de onderneming door het handelen voordeel heeft behaald, bestaande uit bespaarde kosten door het niet tijdig nuttig toepassen of afvoeren van de TAG. Echter, het hof oordeelt dat dit voordeel niet aan de betrokkene persoonlijk kan worden toegerekend, omdat niet aannemelijk is geworden dat hij zichzelf rechtstreeks heeft verrijkt of het vermogen van de rechtspersonen vrijelijk ten eigen bate kon aanwenden.
De betrokkene was weliswaar bestuurder en aandeelhouder van de betrokken ondernemingen en had invloed op strategische beslissingen, maar het vermogen van de rechtspersoon kan niet zonder meer worden gelijkgesteld aan dat van de bestuurder. Er is geen bewijs dat de betrokkene persoonlijk voordeel heeft genoten. Daarom wijst het hof de ontnemingsvordering af.
Daarnaast is de betrokkene in de onderliggende strafzaak veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke geldboete van €10.000, met een proeftijd van twee jaar. Het arrest is gewezen door het hof 's-Hertogenbosch op 8 juni 2023.