ECLI:NL:GHSHE:2023:2501
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging veroordeling medeplegen opzettelijke overtreding Opiumwet ondanks persoonlijke omstandigheden
De verdachte werd door de rechtbank veroordeeld voor medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het verbod van artikel 3 onder Pro C van de Opiumwet, met een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden en een taakstraf van 240 uren. De verdachte stelde hoger beroep in tegen zowel de veroordeling als de vrijspraak van een ander tenlastegelegd feit.
Het hof verklaarde de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep tegen de vrijspraak, omdat het wettelijk niet mogelijk is hoger beroep in te stellen tegen vrijspraak van dat feit. Voor het overige bevestigde het hof het vonnis van de rechtbank. De verdediging voerde aan dat de verdachte geen wetenschap had van de aanwezigheid van de verdovende middelen en geen beschikkingsmacht had, maar het hof vond deze verweren onvoldoende gegrond op basis van het bewijs en de bewijsoverwegingen van de rechtbank.
De raadsman verzocht tevens toepassing van artikel 9a Wetboek van Strafrecht vanwege persoonlijke omstandigheden en positieve ontwikkeling van de verdachte, maar het hof oordeelde dat de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden van het feit dit niet rechtvaardigen. De opgelegde straf blijft daarom ongewijzigd.
Uitkomst: Het hof bevestigt de veroordeling voor medeplegen van overtreding van de Opiumwet en verklaart het hoger beroep tegen de vrijspraak niet-ontvankelijk.