In deze civiele zaak heeft het hof het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant van 4 augustus 2021 bekrachtigd, waarin de vorderingen van de verkoper ([appellanten]) zijn afgewezen. De zaak betreft de verkoop van een woning en bedrijfshal met een clausule die de overdraagbaarheid van de koopovereenkomst aan derden toestaat.
Na de ontdekking van een drugslaboratorium in de bedrijfshal heeft de verkoper de koopovereenkomst ontbonden en schadevergoeding gevorderd. De koper ([geïntimeerde]) stelde dat zij haar positie had overgedragen aan een Bulgaarse vennootschap ([X Ltd]), wat door het hof is bevestigd. Het hof oordeelde dat de overdracht rechtsgeldig was en dat de verkoper voldoende was geïnformeerd over de identiteit van de rechtsopvolger.
De verkoper voerde aan dat de overdracht onaanvaardbaar en onrechtmatig was, en dat sprake was van een schijnconstructie, maar het hof vond deze stellingen onvoldoende onderbouwd. Ook het bewijsaanbod van de verkoper werd gepasseerd wegens gebrek aan relevante nieuwe feiten. De proceskostenveroordelingen werden uitgesproken conform de gebruikelijke regels.