Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
's-Hertogenbosch, gegeven in het deelgeschil tussen Achmea als verweerster en [geïntimeerde] als verzoekster (hierna: de deelgeschilbeschikking of de bestreden beschikking) en hettussenvonnis van 17 augustus 2022, door de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, gewezen tussen Achmea als eiseres en [geïntimeerde] als gedaagde, waarin hoger beroep is opengesteld tegen voornoemde deelgeschilbeschikking.
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/01/383322 / HA ZA 22-363)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven;
- de memorie van antwoord.
3.De beoordeling
[persoon A] zoals het er ligt niet geschikt is om te gebruiken in de letselschadezaak, maar dat Achmea niet kan eisen dat [geïntimeerde] meewerkt aan een geheel nieuw deskundigenonderzoek door een andere deskundige. De deskundige [persoon A] kan een aanvullend rapport opstellen, waarop Achmea kan reageren. Daarmee kunnen de gebreken aan (de totstandkoming van) het rapport worden geheeld en is alsnog sprake van een deugdelijk deskundigenbericht dat voor partijen kan dienen als basis voor verdere buitengerechtelijke afwikkeling van de schade, aldus de rechtbank.
primair(1) vernietiging van de deelgeschilbeschikking,
(2) een verklaring voor recht dat Achmea niet gebonden is aan [persoon A] als deskundige, en dat [persoon A] door partijen niet in staat hoeft te worden gesteld om aanvullend onderzoek te doen en een hernieuwd rapport uit te brengen,
(3) te verklaren voor recht dat aan de voorliggende rapportage van [persoon A] van 5 juni 2020 rechtens geen relevantie toekomt bij de vaststelling van de schade van [geïntimeerde] ,
subsidiair: Achmea toe te laten om tussentijds appel in te stellen tegen de
primair en subsidiair: veroordeling van [geïntimeerde] in de kosten van de bodemprocedure, vermeerderd met rente.
voor partijen bindendaanvullend onderzoek door [persoon A] " [cursivering hof]. Daarmee heeft de deelgeschilrechter het processuele debat over de uitgangspunten voor de verdere buitengerechtelijke afwikkeling van de schade beslist. De omstandigheid dat de rechtbank aan de aanpassing van het rapport voorwaarden heeft gesteld, maakt niet dat geen sprake is van een uitdrukkelijk en zonder voorbehoud gegeven beslissing; als aan de gestelde voorwaarden wordt voldaan, is het onderzoek tussen partijen bindend en grijpt daarmee in op hun materiële rechtsverhouding. Het gaat daarmee om een beslissing als bedoeld in artikel 1019cc lid 1 Rv, waartegen ingevolge lid 3 van die bepaling hoger beroep openstaat.
"Hoe beoordeelt u het rapport van de [persoon A] van 5 juni 2020?".
en uit een veldnorm in de vorm van de Richtlijn Medisch-Specialistische Rapportage van de KNMG en de NVMSR. Die richtlijn verwijst zelf weer naar uitspraken van het Centraal tuchtcollege. De criteria die het CTG hanteert, luiden als volgt:
[persoon A] baseert zijn diagnose 'PTSS' op "recidiverende en zich opdringende herinneringen", maar hij geeft nergens weer wat die herinneringen zijn. Alleen daarom al is er volgens [persoon G] geen sprake van een adequate onderbouwing van de diagnose PTSS. Ten aanzien van de door hem gestelde diagnose 'somatisch symptoomstoornis' gaat [persoon A] niet in op de onderdelen van de anamnese waaruit dat zou blijken. [persoon A] stelt enerzijds dat vast staat dat [geïntimeerde] hersenletsel heeft opgelopen, anderzijds begrijpt hij niet waarom zij niet naar de Spoedeisende Hulp is vervoerd als zij zo lang buiten bewustzijn is geweest als zij zelf zegt. Hij verbindt echter geen enkele consequentie aan deze door hem geconstateerde inconsistentie.
- salaris advocaat € 1.183,00 (1 punt × tarief II).
4.4. De uitspraak
's-Hertogenbosch, van 12 januari 2022 gegeven bindende eindbeslissingen, inclusief en de verklaring voor recht zoals is gegeven onder 7.1;