Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[appellant] ,gewoond hebbende te [woonplaats] ,
[appellante] ,wonende te [woonplaats] ,
11.Het vervolg van de procedure in hoger beroep
- het tussenarrest van 18 april 2023;
- de door [appellanten] genomen memorie na tussenarrest van 18 juli 2023;
- de door [geïntimeerde] genomen antwoordmemorie na tussenarrest van 15 augustus 2023.
12.De verdere beoordeling in principaal en incidenteel hoger beroep
- € 12.167,28 aan achterstallige huur voor het restaurant (het in rov. 6.7.3 van het tussenarrest van 25 oktober 2022 genoemde bedrag van € 17.852,60 aan achterstallige huur voor het restaurant, verminderd met het hierboven in rov. 12.2.3 ter zake huurvermindering genoemde bedrag van € 5.685,32).
- € 3.085,50 aan achterstallige vaste component van de huur voor het guesthouse (rov. 6.8 van het tussenarrest van 25 oktober 2022);
- € 5.826,70 aan achterstallige variabele component van de huur voor het guesthouse over de periode tot eind augustus 2020 (rov. 6.9.4 van het tussenarrest van 25 oktober 2022);
- € 13.882,46 ter zake de variabele component van de huur van het guesthouse over de periode van 29 augustus 2020 tot en met 8 november 2020 (rov. 9.3 van het tussenarrest van 18 april 2023);
- € 230,50 ter zake de in rov. 6.10.4 van het tussenarrest van 25 oktober 2022 genoemde post Vb.
- € 753,84 ter zake de vordering met betrekking tot het gehuurde aan de [adres 1] (restaurant met inpandige woning, post C);
- € 471,23 ter zake de vordering met betrekking tot het gehuurde aan de [adres 2] (guesthouse, post F).
- € 2.100,-- voor de te late betaling van de huur voor het gehuurde aan de [adres 1], berekend tot en met augustus 2020 (post B);
- € 2.100,-- voor de te late betaling van de huur voor het gehuurde aan de [adres 2], berekend tot en met augustus 2020 (post E).
- € 5.117,28 (na verrekening met waarborgsom) aan achterstallige huur voor het restaurant;
- € 12.794,66 (na verrekening met restant waarborgsom) ter zake de variabele component van de huur van het guesthouse over de periode van 29 augustus 2020 tot en met 8 november 2020;
- € 230,50 ter zake de in rov. 6.10.4 van het tussenarrest van 25 oktober 2022 genoemde post Vb;
- € 753,84 aan buitengerechtelijke kosten ter zake de vordering met betrekking tot het restaurant met inpandige woning;
13.De uitspraak
- de ontbinding van de huurovereenkomsten met betrekking tot de bedrijfsruimte met inpandige woning aan de [adres 1] te [plaats] en met betrekking tot de bedrijfsruimte aan de [adres 2] te Kronenberg;
- de veroordeling van [appellanten] om de bedrijfsruimte met inpandige woning aan de [adres 1] te Kronenberg en de bedrijfsruimte aan de [adres 2] te Kronenberg te ontruimen;
- de veroordeling van [appellanten] in de proceskosten van het geding in conventie bij de kantonrechter;
- € 5.117,28 aan achterstallige huur voor het restaurant, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 april 2020 uitsluitend voor zover dit bedrag huurtermijnen over de periode tot en met april 2020 betreft;
- € 12.794,66 ter zake de variabele component van de huur van het guesthouse over de periode van 29 augustus 2020 tot en met 8 november 2020;
- € 230,50 ter zake de in rov. 6.10.4 van het tussenarrest van 25 oktober 2022 genoemde post Vb;
- € 753,84 aan buitengerechtelijke kosten ter zake de vordering met betrekking tot het restaurant met inpandige woning;