Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/01/367987 / HA ZA 21-122)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- het tegen [geïntimeerde] verleende verstek;
- het H2-formulier voor de rol van 24 januari 2023 waarbij mr. R.H. Bekker zich heeft gesteld voor [geïntimeerde] en het tegen deze verleende verstek heeft gezuiverd;
- de memorie van grieven tevens eiswijziging, met productie 6;
- de memorie van antwoord, met het proces-verbaal van de in eerste aanleg gehouden mondelinge behandeling.
3.De beoordeling
“Pas in 2018 werd cliënte er door een loodgieter voor het eerst op gewezen dat er wellicht meer aan de hand was en nader onderzoek op zijn plaats was, hetgeen cliënte toen ook heeft laten doen”. Ter zitting bij de rechtbank heeft [appellante] verklaard dat het slechts een terloopse opmerking van de loodgieter was en dat hij ook nog zou hebben gezegd dat het een andere oorzaak zou kunnen zijn. [appellante] heeft van deze gebeurtenissen geen melding gemaakt bij [geïntimeerde] (en evenmin bij [persoon A] ).
“Snel nadat cliënte in 2007 haar intrek in het appartement had genomen ontstonden lekkageproblemen in de badkamer van cliënte en ontstonden op diverse plekken in het pand scheuren in wanden en plafonds, waarnaar in de periode nadien veelvuldig onderzoek is gedaan. Lange tijd was niet duidelijk waardoor de aanhoudende lekkageproblemen werden veroorzaakt”en verder - kort gezegd - de conclusies van het rapport van [---] met [geïntimeerde] deelt en [geïntimeerde] sommeert om binnen veertien dagen te bevestigen dat hij bereid is de gebreken op diens kosten te laten herstellen. [appellante] kondigt ook aan dat zij bij gebreke aan een (positief) antwoord, zelf herstel zal laten plegen op kosten van [geïntimeerde] . Tot slot stelt zij [geïntimeerde] in de gelegenheid om zelf onderzoek uit te (laten) voeren.
individuelekoopovereenkomst. Het enkele feit dat zij “slechts” gerechtigde is tot een appartementsrecht, brengt voorts niet mee dat zij geen aanspraak kan maken op schadevergoeding wegens de niet nakoming van de koopovereenkomst voor het geheel. Immers, [geïntimeerde] staat als verkoper in voor een normaal gebruik van het appartement als woning. Dat vereist dat ook de gemeenschappelijke zaken dat normaal gebruik mogelijk maken. De opdeling in gemeenschappelijke en privé delen in de splitsingsakte brengt geen verandering in de rechten die [appellante] op grond van de koopovereenkomst heeft ten opzichte van [geïntimeerde] .