Belanghebbende maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag BPM opgelegd door de inspecteur, waarbij hij stelde dat de CO2-uitstoot van zijn geïmporteerde auto te hoog was vastgesteld en dat rekening moest worden gehouden met een waardevermindering wegens het schadeverleden van het voertuig.
Het hof oordeelde dat de CO2-uitstoot zoals vermeld op het Duitse kentekenbewijs (243 gr/km) correct is vastgesteld en dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat zijn auto identiek is aan een referentieauto met lagere uitstoot. De verschillen in gewicht en motorafstellingen maken een lagere uitstoot niet aannemelijk.
Ten aanzien van de waardevermindering wegens schadeverleden stelde het hof dat hoewel schade het voertuig minder waard kan maken, belanghebbende onvoldoende bewijs heeft geleverd. De taxateur heeft geen specifieke waardevermindering wegens schade opgenomen en de gebruikte richtlijn was te algemeen en onvoldoende onderbouwd.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De naheffingsaanslag blijft in stand en het hof wees een vergoeding van griffierecht en proceskosten af.