Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[appellant] ,wonende te [woonplaats] ,
[appellante] ,wonende te [woonplaats] ,
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/02/379711 / HA ZA 20-733)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep met productie;
- het tegen [geïntimeerde] verleende verstek;
- de memorie van grieven tevens wijziging/aanvulling eis met producties;
- de zuivering van het verstek op de rol van 15 november 2022;
- de memorie van antwoord met productie;
- de mondelinge behandeling van 5 september 2023.
3.De beoordeling
[geïntimeerde] schatte in dat de werkzaamheden ongeveer drie maanden in beslag zouden nemen. Ook zonder fatale termijn was [geïntimeerde] gehouden het werk binnen redelijke termijn uit te voeren.”
‘het doel is om voor beide partijen de opdracht aan de [adres] te voltooien’en
‘belangrijk (…) is dat er een goede planning / afspraken in een document worden opgesteld waar beide partijen zich in kunnen vinden’(productie 24 bij akte van 6 oktober 2021). Tezamen met [persoon A] zijn op 21 oktober 2019 de werkzaamheden punt voor punt besproken. Op 31 oktober 2021 heeft [persoon A] aan [appellanten] per e-mail bericht:
‘Hier de lijst met de punten die nog gedaan moeten worden’. Op 13 november 2019 heeft [geïntimeerde] een e-mail verzonden met daarin een planning waarin een groot deel van de restpuntenlijst van 31 oktober 2019 terugkomt.
“Zoals reeds eerder aangegeven, zijn wij niet bereid een deel van de resterende 10% eerder te betalen dan na complete afronding van de werkzaamheden”). Dit betekent dat het hof de restpuntenlijst van 31 oktober 2019 als uitgangspunt zal nemen voor de uit te voeren werkzaamheden door [geïntimeerde] om de opdracht aan de woning te voltooien.
‘alle nog niet uitgevoerde en niet correct uitgevoerde werkzaamheden alsnog uit te voeren’. Voor deze werkzaamheden wordt verwezen naar het bijgesloten overzicht (de restpuntenlijst van 31 oktober 2019). Uit deze ingebrekestelling blijkt niet dat [geïntimeerde] op dat moment ook is aangesproken op andere punten dan die zijn vermeld op de restpuntenlijst van 31 oktober 2019. Evenmin blijkt uit het dossier dat op een later moment [geïntimeerde] door [appellanten] in gebreke is gesteld voor het niet uitvoeren van andere werkzaamheden of het herstellen daarvan, anders dan vermeld op de restpuntenlijst van 31 oktober 2019.
mits de prijs goed is’ moet worden begrepen bij de afspraken die partijen hebben gemaakt.
‘Het kunnen ontstaan van vochtplekken in de woning van [appellant] ter plaatse van de voorgevel en de scheidingswand tussen de woonkamer en entree achten wij dan ook een direct gevolg van een gebrek in de wijze van realiseren van het kunststof getoogde dak en de bijbehorende dakopstand tegen het bestaande hellende dak (…) Herstel zal in dit geval inhouden het aanpassen van de dakconstructie van de dakkapel en het herstellen van de gevolgschade in de woning’. ZNEB heeft voorts opgemerkt dat in de hal sprake was van vochtplekken ter plaatse van de voorgevel en de scheidingswand met de woonkamer. De oorzaak van deze gevolgschade was volgens de deskundige identiek.