ECLI:NL:GHSHE:2023:4307
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep eenvoudige belediging en wederspannigheid tegen ambtenaar
Het gerechtshof 's-Hertogenbosch behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant waarin verdachte werd veroordeeld voor eenvoudige belediging van een ambtenaar, wederspannigheid en het niet tonen van een identiteitsbewijs. De rechtbank had een gevangenisstraf van twee weken opgelegd voor de eerste twee feiten en geen straf voor het derde.
De advocaat-generaal vorderde niet-ontvankelijkheid van verdachte voor het derde feit en bevestiging van het vonnis voor de rest. Het hof verklaarde verdachte inderdaad niet-ontvankelijk voor het hoger beroep tegen het derde feit, omdat hoger beroep tegen overtredingen zonder straf niet mogelijk is.
Daarnaast werd een vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke maatregel van twee jaar plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders opnieuw beoordeeld. Het hof stelde vast dat deze vordering niet tijdig was ingediend binnen drie maanden na het verstrijken van de proeftijd en verklaarde het openbaar ministerie niet-ontvankelijk.
Het hof bevestigde verder het vonnis van de rechtbank voor zover het aan zijn oordeel onderworpen was, met uitzondering van de tenuitvoerleggingsvordering die het vernietigde en opnieuw behandelde. De opgelegde straf bleef ongewijzigd.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 2 weken gevangenisstraf voor eenvoudige belediging en wederspannigheid; niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep voor het derde feit; tenuitvoerleggingsvordering afgewezen wegens niet-tijdige indiening.