ECLI:NL:GHSHE:2023:767
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verwijzing strafzaak naar ander gerechtshof wegens betrokkenheid raadsheer-plaatsvervanger
In deze strafzaak tegen de verdachte heeft het hof 's-Hertogenbosch besloten de zaak te verwijzen naar het gerechtshof Den Haag op grond van artikel 62b van de Wet op de rechterlijke organisatie. De verdediging had verzocht om verwijzing omdat een voormalig officier van justitie, die nauw betrokken was bij het opsporingsonderzoek en als getuige zou worden gehoord, inmiddels als raadsheer-plaatsvervanger werkzaam is bij het hof.
De zaak betreft meerdere onderzoeken waarbij de verdediging onder meer stelde dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard moest worden wegens vermeende vooringenomenheid en onzorgvuldigheden in het opsporingsonderzoek. Verzoeken tot het horen van diverse opsporingsambtenaren en officieren van justitie werden deels toegewezen en deels afgewezen.
Het hof oordeelde dat vanwege de betrokkenheid van de raadsheer-plaatsvervanger bij het opsporingsonderzoek en de grieven van de verdediging tegen dat onderzoek, er een schijn van belangenverstrengeling bestaat. Daarom is verwijzing naar een ander gerechtshof gewenst om de onpartijdigheid te waarborgen.
De zaak wordt derhalve ter verdere behandeling verwezen naar het gerechtshof Den Haag, waarmee een mogelijke schending van het legaliteitsbeginsel en het beginsel van hoor en wederhoor wordt voorkomen.
Uitkomst: De zaak wordt ter verdere behandeling verwezen naar het gerechtshof Den Haag wegens betrokkenheid van een raadsheer-plaatsvervanger.