Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[appellante] ,wonende te [woonplaats] ,
[appellant] ,wonende te [woonplaats] ,
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/01/356659 / HA ZA 20-220)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met producties;
- de memorie van antwoord, tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep met eiswijziging;
- de memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep;
- de mondelinge behandeling op 9 januari 2023, waarbij voorkeursgerechtigden een pleitnota hebben overgelegd en [geïntimeerde] spreekaantekeningen heeft overgelegd;
- Het H2 formulier van 4 januari 2023, van de zijde van [geïntimeerde] , waarbij mr, Th.S.A Berkhout zich stelt in de plaats van mr. A.M.H.C. Coppens;
- De bij H12 formulier van 5 januari 2023, van de zijde van [geïntimeerde] , aan het hof toegezonden akte in het geding brengen productie, met bijlage 1;
- De bij e-mail van 6 januari 2023 van de zijde van [geïntimeerde] aan het hof toegezonden akte in het geding brengen productie, met bijlage 2.
3.De beoordeling
Voorkeursrecht
voornemenheeft om het onroerend goed te verkopen aan anderen dan zijn afstammelingen, voor hem de eenzijdige plicht ontstaat om een bindend aanbod aan de voorkeursgerechtigden te doen om het onroerend goed te kopen tegen een prijs die wordt bepaald op de in artikel 9 van Pro de akte vooraf bepaalde wijze.
Zolang de voorkeursgerechtigden niet afzien van hun voorkeursrecht, is een verkoop aan de gemeente en provincie voorlopig niet mogelijk.(…)” in de brief van [geïntimeerde] van 3 februari 2020 (naar het hof begrijpt productie 15 bij conclusie van antwoord in reconventie) aan de leden van de commissie wonen en werken, blijkt dat [geïntimeerde] nog steeds de bedoeling heeft om het onroerend goed aan een of meer derden te vervreemden, daaruit geen concreet voornemen tot (eventuele) vervreemding blijkt, op grond waarvan voor [geïntimeerde] de verplichting bestond zijn aanbod aan voorkeursgerechtigden gestand te doen. Grief 4 faalt.
4.De uitspraak
- bekrachtigt het vonnis waarvan beroep;
- wijst af het meer of anders gevorderde;
- compenseert de proceskosten in hoger beroep in die zin dat iedere partij daarvan de eigen kosten draagt.