Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/03/297714 / HA ZA 21-540)
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling
- primair: [geintimeerde] te veroordelen tot vergoeding van de door [appellante] als gevolg van het ongeval van 9 februari 2017 geleden en te lijden schade, de schade op te maken bij staat;
- subsidiair: [geintimeerde] te veroordelen tot vergoeding van de door [appellante] als gevolg van het ongeval van 9 februari 2017 geleden en te lijden schade overeenkomstig een door de rechtbank vast te stellen percentage;
- [geintimeerde] te veroordelen in de proceskosten, het (na-)salaris van de advocaat daaronder begrepen, te vermeerderen met de wettelijke rente.
- de foto’s, gemaakt kort na de botsing;
- (de voorzijde van) het aanrijdingsformulier;
- de ongevallenregistratie, opgesteld door de politie;
- de verklaring van [geintimeerde] , opgenomen in de email van 28 september 2017;
- de verklaring en tekening (situatieschets) van [appellante] , opgenomen in de email van 23 februari 2018;
- de door haar ingevulde getuigenverklaring, ten behoeve van haar verzekeraar;
- de door [appellante] gemaakte situatieschets;
- de processen-verbaal van de getuigenverhoren, waarbij partijen en [partner appellante] als getuigen door de rechter-commissaris in het kader van een voorlopig getuigenverhoor zijn gehoord.