Onder bijvoeging van die beide rapportages heeft [geïntimeerde] bij brief van 6 oktober 2021 aan alle andere erfgenamen geschreven:
“(…) Inmiddels is het ruim zes jaar geleden dat [erflaatster] is overleden. De conditie van het pand dat toen al jaren leegstond, is er in de afgelopen jaren niet beter op geworden. De toestand is inmiddels zodanig verslechterd dat ik het noodzakelijk vond om een bouwkundige inspectie te laten plaatsvinden. (…) De bevindingen van de bouwkundig inspecteur laten zien dat onmiddellijk ingrijpen noodzakelijk is om verdere verkrotting van het pand en dus veel ellende te voorkomen.
Aangezien ik maar over een uiterst beperkt budget beschik, waarmee ik hooguit nog twee jaar de vaste lasten van het pand zou kunnen betalen en derhalve geen enkele calamiteit kan opvangen, acht ik het moment aangebroken om tot verkoop van het pand over te gaan.
Hoewel ik als executeur de bevoegdheid heb om het pand zonder jullie toestemming te verkopen, zodra ik schulden moet gaan maken om in de kosten ervan te voorzien, hecht ik eraan om dat met instemming van alle betrokkenen te doen.
Naast het laten uitvoeren van een bouwkundige inspectie heb ik ter oriëntatie tevens een
waardebepaling laten doen en een makelaar ingeschakeld voor het geven van een indicatie van de mogelijke opbrengst van het pand, zodat jullie ook daar een beeld van hebben. (…) Wat de indicatie van de makelaar betreft, die verwacht een opbrengst van maximaal 175.000
vanwege de slechte conditie van het pand en de ongelukkige ligging aan een druk
verkeersknooppunt.
Om ervoor te zorgen dat iedereen in de gelegenheid wordt gesteld zich over de voorgenomen verkoop uit te spreken ontvangen jullie allen deze brief individueel van mij.
Van elke erfgenaam ontvang ik vervolgens graag per post/e-mail een bevestiging van ontvangst en een schriftelijke reactie (…) om daarmee in te stemmen. De termijn daarvoor bedraagt 2 weken na dagtekening van deze brief.
Ik hoop van harte dat ik op de medewerking van eenieder kan rekenen, zodat complicaties kunnen worden voorkomen. (…)”