Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[verdachte] ,
- ‘met iemand, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd’ (feit 1 subsidiair) en
- ‘verkrachting’ (feit 2 primair),
hij meermalen, althans eenmaal, in of omstreeks de periode van 22 april 2019 tot en met 25 april 2019 te Eindhoven door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum 1] ) heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1] , (telkens) bestaande uit:
hij meermalen, althans eenmaal, in of omstreeks de periode van 22 april 2019 tot en met 25 april 2019 te Eindhoven door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum 2] , heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 2] , (telkens) bestaande uit:
hij meermalen in de periode van 22 april 2019 tot en met 25 april 2019 te Eindhoven met [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum 1] , die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, telkens ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1] , te weten:
hij op 22 april 2019 te Eindhoven met [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum 2] , die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 2] , te weten:
Het proces-verbaal van aangifte d.d. 28 april 2019 met bijlagen, dossierpagina’s 125-136, voor zover inhoudende de verklaring van aangeefster [slachtoffer 2] :
(het hof begrijpt: aan [adres 2] ). Zijn broer was niet thuis. Binnengekomen hebben we even op de bank gezeten. Vervolgens wilde de jongen (A) apart praten met [slachtoffer 1] op zijn slaapkamer. Samen zijn ze naar de slaapkamer van de jongen (A) gegaan. Ik hoorde [slachtoffer 1] vervolgens steeds zeggen: “Ik wil dat niet, ik wil dat niet”. Ik hoorde haar ook kreunen. Vervolgens kwamen de jongen (A) en [slachtoffer 1] uit de slaapkamer. De jongen (A) had alleen zijn shirt nog aan. Verder was hij helemaal naakt. Vervolgens pakte de jongen (A) mij bij mijn arm. Hij trok mij mee de kamer in. Hij zei dat ik seks moest hebben met hem. Ik heb geprobeerd om weg te komen, maar dat lukte niet. Vervolgens gooide hij mij op bed en verkrachtte hij mij. Na ongeveer een halve minuut vroeg hij of ik wilde stoppen. Ik heb toen “ja” gezegd, ben de slaapkamer uitgelopen en heb mijn kleding goed gedaan bij [slachtoffer 1] op de bank.
(het hof begrijpt: aan [adres 3] )waren [slachtoffer 1] en ik samen met [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , de jongen (A) en een jongen die zelf zei dat hij een moeilijke naam had maar die we [medeverdachte 3] mochten noemen.
(het hof begrijpt: op maandag 22 april 2019)in de woning van de broer van (A) waren.
(het hof begrijpt: [verdachte] of [verdachte] ).
Het proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 29 april 2019 met bijlagen, dossierpagina’s 156-168, voor zover inhoudende de verklaring van [slachtoffer 1] :
(het hof begrijpt: aan [adres 2] ). Later bleek dat het de flat van zijn broer was. Die zou komen met zijn vriendin dus wij moesten weg. Wij hadden bijna geen geld en hadden een slaapplek nodig. (…) Hij heeft toen een vriend gebeld met de vraag of hij ons ergens binnen kon krijgen. (…) Die vriend heet [medeverdachte 2] . [medeverdachte 2] zei: “Een vriend van mij heeft een woning, daar kunnen jullie heen en kunnen jullie eten en slapen, dat is goedkoper dan een hotel”. We zijn toen naar dat adres gereden
(het hof begrijpt: aan [adres 3] ).
(het hof begrijpt: aan [adres 2] ). In de flat zei hij dat hij mij onder vier ogen wilde spreken. Hij nam mij mee naar de slaapkamer. Hij begon mij in mijn nek te zoenen en met zijn handen over mijn lichaam te gaan. Ik zei dat ik dat niet wilde. (…) Hij heeft toen [slachtoffer 2] gehaald. Die heeft hij gepenetreerd. [slachtoffer 2] zei dat hij was klaargekomen, maar niet in haar, ergens anders.
(het hof begrijpt: aan [adres 3] ).
Het proces-verbaal van verhoor getuige bij de rechter-commissaris d.d. 30 maart 2021, pagina’s 1-9, voor zover inhoudende de verklaring van [slachtoffer 1] :
(het hof begrijpt: aan [adres 2]). Ik wilde [verdachte] niet pijpen, maar ik moest wel. Ik heb mij niet verzet tegen het pijpen in flat 1, maar ik heb wel gezegd dat ik het niet wilde.
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 12 juni 2019 met bijlagen, dossierpagina’s 212-225, voor zover inhoudende het relaas van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] :
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 juli 2019 met bijlagen, dossierpagina’s 227-247, voor zover inhoudende het relaas van verbalisant [verbalisant 3] :
Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 27 april 2019, dossierpagina’s 801-807, voor zover inhoudende de verklaring van [medeverdachte 4] :
(het hof begrijpt: [slachtoffer 1] )dat [slachtoffer 2] door [verdachte] was verkracht en dat [slachtoffer 2] door [verdachte] was ontmaagd. Dat meisje zei ook tegen mij dat [verdachte] met haar dingen had gedaan die ze niet wilde. Zij vertelde dat zij ook door [verdachte] was verkracht. Toen [slachtoffer 2] vertelde dat ze door [verdachte] was verkracht, moest zij huilen.
Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 1 mei 2019, dossierpagina’s 808-815, voor zover inhoudende de verklaring van [medeverdachte 4] :
Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 8 mei 2019 met bijlagen, dossierpagina’s 1073-1095, voor zover inhoudende de verklaring van [verdachte] :
Het proces-verbaal van de terechtzitting bij de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, d.d. 18 januari 2022, voor zover inhoudende de verklaring van verdachte [verdachte] :
(het hof begrijpt: [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] )deze slaapkamer binnenkwamen. (…) De meisjes gingen vervolgens bij mij op bed liggen. (…) Zij gingen met hun handen onder mijn broek en hebben aan mijn penis gezeten. Ze maakten heen en weer gaande bewegingen. Ze hebben hun handen ook nat gemaakt en hebben vervolgens aan hun vagina gezeten.
Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 1 mei 2019 met bijlage, dossierpagina’s 841-845, voor zover inhoudende de verklaring van [medeverdachte 2] :
Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 1 mei 2019, dossierpagina’s 782-786, voor zover inhoudende de verklaring van [medeverdachte 3] :
(het hof begrijpt: de nacht van 22 op 23 april 2019)riep de jongen
(het hof begrijpt: de verdachte)[slachtoffer 1] . Zij liepen samen de slaapkamer binnen. Ik denk dat zij ongeveer tien minuten binnen zijn geweest.
Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 3 juli 2019, dossierpagina’s 1106-1115, voor zover inhoudende de verklaring van [verdachte] :
(het hof begrijpt: in [adres 3] ). Ik lag daar en toen kwamen [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] bij mij liggen en vroegen mij waarom ik wilde dat zij weg moesten. Op een gegeven moment begon [slachtoffer 1] haar hand onder mijn broek te stoppen.
Een schriftelijk bescheid, te weten een akte van geboorte van [slachtoffer 2] , gevoegd als bijlage bij het eindproces-verbaal, voor zover inhoudende:
Een schriftelijk bescheid, te weten een akte van geboorte van [slachtoffer 1] , gevoegd als bijlage bij het eindproces-verbaal, voor zover inhoudende:
,nu het hof het wenselijk acht dat de Staat der Nederlanden schadevergoeding aan de slachtoffers bevordert. Het hof zal daarbij bepalen dat gijzeling voor na te melden duur kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid niet opheft.
dezelfdeschade rust. In dat geval zijn zij hoofdelijk verbonden.
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
45 (vijfenveertig) maanden;
12 (twaalf) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;
€ 7.500,00 (zevenduizend vijfhonderd euro)als vergoeding van immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededaders hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 april 2019 tot aan de dag der algehele voldoening;
€ 7.500,00 (zevenduizend vijfhonderd euro)aan immateriële schadevergoeding, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 april 2019
€ 23.654,60 (drieëntwintigduizend zeshonderdvierenvijftig euro en zestig cent)bestaande uit
€ 16.154,60 (zestienduizend honderdvierenvijftig euro en zestig cent)als vergoeding van materiële schade en
€ 7.500,00 (zevenduizend vijfhonderd euro)als vergoeding van immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededaders hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 april 2019 tot aan de dag der algehele voldoening;
€ 23.654,60 (drieëntwintigduizend zeshonderdvierenvijftig euro en zestig cent)bestaande uit
€ 16.154,60 (zestienduizend honderdvierenvijftig euro en zestig cent)aan materiële schadevergoeding en
€ 7.500,00 (zevenduizend vijfhonderd euro)aan immateriële schadevergoeding, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 april 2019 tot aan de dag der algehele voldoening, en bepaalt dat gijzeling voor de duur van ten hoogste 153 (honderddrieënvijftig) dagen kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid van de schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft;