ECLI:NL:HR:2024:1767

Hoge Raad

Datum uitspraak
3 december 2024
Publicatiedatum
28 november 2024
Zaaknummer
23/01047
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 245 Sr (oud)Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in meervoudige ontuchtzaak met minderjarige slachtoffers

De zaak betreft een 21-jarige verdachte die werd beschuldigd van meervoudige ontuchtpleging met twee meisjes van 13 en 14 jaar. De feiten speelden zich af nadat de meisjes in de avonduren de ouderlijke woning verlieten en niet meer terugkeerden, waarna een zoekactie werd gestart.

In cassatie werden klachten geuit over de innerlijke tegenstrijdigheid van de verklaringen van de verdachte en de samenhang met andere bewijsmiddelen. De Hoge Raad heeft deze klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch.

De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de klachten niet relevant waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het cassatieberoep is derhalve verworpen.

De uitspraak werd gedaan door de vice-president M.J. Borgers, en raadsheren Y. Buruma en T.B. Trotman, op 3 december 2024.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling voor meervoudige ontucht met minderjarige meisjes.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/01047
Datum3 december 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 15 maart 2023, nummer 20-000465-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1998,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft S.F.W. van 't Hullenaar, advocaat in Arnhem, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
3 december 2024.