Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
3 december 2024.
Hoge Raad
De zaak betreft een 21-jarige verdachte die werd beschuldigd van meervoudige ontuchtpleging met twee meisjes van 13 en 14 jaar. De feiten speelden zich af nadat de meisjes in de avonduren de ouderlijke woning verlieten en niet meer terugkeerden, waarna een zoekactie werd gestart.
In cassatie werden klachten geuit over de innerlijke tegenstrijdigheid van de verklaringen van de verdachte en de samenhang met andere bewijsmiddelen. De Hoge Raad heeft deze klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch.
De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de klachten niet relevant waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het cassatieberoep is derhalve verworpen.
De uitspraak werd gedaan door de vice-president M.J. Borgers, en raadsheren Y. Buruma en T.B. Trotman, op 3 december 2024.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling voor meervoudige ontucht met minderjarige meisjes.