Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Gemeente Heerlen,gevestigd te Heerlen ,
Stichting Atelier Stadsrevisie Asta,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
[geïntimeerde 3] ,wonende te [woonplaats] ,
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/03/290037 / HA ZA 21-160)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep jegens de gemeente [woonplaats] (hierna: “de Gemeente”) van 4 januari 2023;
- de dagvaarding in hoger beroep jegens Stichting Atelier Stadsrevisie Asta (hierna: “de Stichting”) van 4 januari 2023;
- de dagvaarding in hoger beroep jegens [geïntimeerde 3] (hierna: “ [geïntimeerde 3] ”) van 4 januari 2023;
- de memorie van grieven tevens wijziging eis van [X] van 4 april 2023 met producties 8 en 9;
- de memorie van antwoord van de Gemeente van 27 juni 2023;
- de memorie van antwoord van de Stichting en [geïntimeerde 3] van 27 juni 2023;
- de mondelinge behandeling, waarbij partijen spreekaantekeningen hebben overgelegd.
3.De beoordeling
payrollconstructie met onderneming [onderneming 2] (hierna: [onderneming 2] ) ten behoeve van het project Atelier Stadsrevisie. Een en ander blijkt uit de bevestiging van de overeenkomst van 22 juli 2020 door [onderneming 2] . De overeengekomen vergoeding bedraagt € 135.000,00 ex btw voor [geïntimeerde 3] en € 7.890,00 (ex btw) voor [onderneming 2] . De kosten van [geïntimeerde 3] worden door de Gemeente betaald uit het budget van het Programma Centrum, kostenplaats Uitvoeringsregeling Gevelfonds. De kosten van [onderneming 2] vallen onder de ‘Raamovereenkomst voor de inhuur van flexibele arbeidskrachten; perceel 3: Payrolling en dienstverlening t.b.v. ZZP-ers’ van d.d. 26 november 2018 (hierna: de Raamovereenkomst) die met [Y] B.V. is gesloten.
€ 50.000,00 voor de Worstenhemel aan de Stichting toegekend. De subsidie voor exploitatie van de Stichting en een project-medewerker is afgewezen, omdat in het Gevelfonds daarvoor geen budget beschikbaar is en de Gemeente ook geen andere middelen kan inzetten.
Auroux)).
bedoeld om een ingrijpende en overtuigende verandering van sfeer en beleving van de binnenstad te Realiseren (…) niet enkel in architectonische zin, maar ook in alle aspecten die nodig zijn om de stadsgeest warm te blazen”. Het project beoogt “
de sociale cohesie van de stad”te
“bevorderen en het gevoel van betrokkenheid van burgers”te vergroten. Het project was bedoeld om de reeds bestaande subsidie voor de renovatie van gevels uit het gevelfonds aan te zwengelen, door pandeigenaren te enthousiasmeren om over te gaan tot gevelrenovatie met gebruikmaking van de subsidieregeling en hen te faciliteren bij de subsidieaanvraag. Atelier Stadsrevisie “
ontwerpt, doet historisch, bouwkundig en in situ vooronderzoek, berekent, voert uit, zoekt naar middelen, onderhandelt, doet acquisitie en onderbouwt(…)
met participatie van vrijwilligers, langdurig werklozen en omgeschoolden”
voor diens expertise op het gebied van kunst en ontwerp”, gedurende een periode van één jaar (“
Ingangsdatum: 1 januari 2020” tot “Einddatum: 31 december 2020”). De aan [geïntimeerde 3] te betalen vergoeding betreft € 135.000,00. In de opdrachtbrief is geen verlengingsoptie opgenomen, noch is daarin voorzien dat de opdracht voor meerdere jaren zou worden verstrekt. Uit de opdrachtverstrekking volgt dus niet dat bij de raming daarvan rekening had moeten worden gehouden met opties en verlengingen in de zin van de Aw 2012.
voor de periode van 1 januari 2020 t/m 31 december 2020 voor een bedrag van maximaal € 142.830 inclusief kosten payroll bureau.” Ook uit dit collegevoorstel blijkt niet dat de aan [geïntimeerde 3] verstrekte opdracht voorziet in verlengingen en opties als bedoeld in artikel 2.15 lid 2 Aw 2012. De opdrachtverstrekking als zodanig biedt dan ook geen aanknopingspunten dat sprake is van een opdracht voor diensten die de toepasselijke drempelwaarde overschrijdt.
pilotproject waarbij één proefjaar is overeengekomen, aldus de Gemeente. In het licht van deze gemotiveerde betwisting door de Gemeente van de stellingen van [X] ten aanzien van de raadsinformatiebrief kan niet worden aangenomen dat sprake was van opties of verlengingen die zonder meer konden worden ingeroepen in de zin van de Aw 2012.
eventuele” optie of verlenging als bedoeld in artikel 5 van Pro de Richtlijn 2014/24/EU van de opdracht aan [geïntimeerde 3] , volgt het hof haar daarin niet. In artikel 5 van Pro de Richtlijn 2014/24/EU is – net als in artikel 2.15 Aw 2012 – vervat dat opties en verlengingen reeds uitdrukkelijk dienen te zijn vermeld in de aanbestedingsstukken. Dat in artikel 5 van Pro de Richtlijn het begrip “
eventuele” is opgenomen, welk term in de tekst van artikel 2.15 Aw 2012 ontbreekt, maakt het voorgaande niet anders. Ook op grond van de Richtlijn dient de waarde van de opdracht te worden bepaald met inbegrip van opties en verlengingen die bij het plaatsen van de opdracht zijn voorzien en in de opdracht zelf zijn vervat. De ratio daarvan is dat de omvang van de opdracht voor (de potentiële) opdrachtnemer vooraf voldoende bepaalbaar dient te zijn.
pilot”, enig vervolg van het project afhankelijk was van de uitkomst van het proefjaar.
“voor maximaal een periode van 3 jaar”, brengt het hof gelet op het voorgaande niet tot een ander oordeel. Die mededeling legt onvoldoende gewicht in de schaal, nu uit de ten tijde van de opdrachtverstrekking bekende informatie blijkt dat de omvang van de opdracht beperkt was tot het bedrag van € 135.000,00 voor het proefjaar.
aanbestedende dienst: de staat, een provincie, een gemeente, een waterschap of een publiekrechtelijke instelling dan wel een samenwerkingsverband van deze overheden of publiekrechtelijke instellingen;
Cambridge); HvJ EU 13 december 2007, C-337/06 (
Bayerischer Rundfunk), ECLI:EU:C:2007:786 en HR 1 juni 2007 (
Amphia), ECLI:NL:HR:2007:AZ9872).
“het verwerven van externe subsidies en financiering”nodig was. De Stichting heeft nog toegelicht dat aan haar geen bedragen zijn toegekend of toegezegd anders dan de subsidies die zij heeft ontvangen. Tussen de Stichting en [geïntimeerde 3] bestaat geen contractuele relatie en er zijn geen opdrachten door de Stichting aan [geïntimeerde 3] verstrekt, aldus de Stichting. [geïntimeerde 3] heeft ter zitting in hoger beroep toegelicht dat het zijn bedoeling was bij verschillende kunstfondsen subsidies aan te vragen voor het project. Deze subsidies zouden worden uitgekeerd aan de Stichting, niet aan hem in persoon, mede gelet op de subsidievoorwaarden van fondsen, zoals het Mondriaanfonds. [X] heeft als reactie op het verweer van geïntimeerden volstaan met een verwijzing naar de raadsinformatiebrief. Dat is in het licht van de gemotiveerde betwisting van geïntimeerden niet voldoende.