Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[verdachte] ,
VN-Mensenrechtencomité in de zaak Jaddoe aldus dat de uitkomst daarvan berust op de door de Hoge Raad gebruikte verkorte motivering. De strekking van de zienswijze is niet dat bij zaken waarin in hoger beroep een veroordeling is gevolgd voor een of meer feiten waarvan in eerste aanleg is vrijgesproken, de cassatieprocedure, zoals deze is vormgegeven in het Nederlandse stelsel van rechtsmiddelen, als zodanig niet voldoet aan de eisen die voortvloeien uit artikel 14, vijfde lid, IVBPR. Aangenomen moet worden dat het
VN-Mensenrechtencomité met de zienswijze in de zaak Jaddoe niet heeft willen afwijken van de wijze waarop het VN-Mensenrechtencomité invulling geeft aan het recht op een ‘review’, zoals deze naar voren komt in de ‘General Comment No. 32’ en eerdere zienswijzen. Daaruit volgt onder meer dat niet is vereist dat het in artikel 14, vijfde lid, IVBPR bedoelde hogere rechtscollege “a factual retrial” verricht.
- boven op die [slachtoffer] is gaan liggen en/of
- (met een vuist) slaande bewegingen in de richting van en/of tegen het hoofd van die [slachtoffer] heeft gemaakt en/of
- kleding over het hoofd van die [slachtoffer] heeft getrokken en/of
- die [slachtoffer] heeft vastgehouden en/of tegen de grond gedrukt heeft gehouden en/of
- (met kracht) de benen van die [slachtoffer] uit elkaar heeft geduwd, althans doende is geweest die benen uit elkaar te duwen,
- boven op die [slachtoffer] is gaan liggen en/of
- (met een vuist) slaande bewegingen in de richting van en/of tegen het hoofd van die [slachtoffer] heeft gemaakt en/of
- kleding over het hoofd van die [slachtoffer] heeft getrokken en/of
- die [slachtoffer] heeft vastgehouden en/of tegen de grond gedrukt heeft gehouden en/of
- (met kracht) de benen van die [slachtoffer] uit elkaar heeft geduwd, althans doende is geweest die benen uit elkaar te duwen en/of
- zijn, verdachtes, broek en/of onderbroek naar beneden heeft getrokken en/of
- met zijn, verdachtes, ontbloot onderlijf tussen de benen van die [slachtoffer] heeft gelegen,
- boven op die [slachtoffer] is gaan liggen en
- met een vuist slaande bewegingen tegen het hoofd van die [slachtoffer] heeft gemaakt en
- kleding over het hoofd van die [slachtoffer] heeft getrokken en
- die [slachtoffer] heeft vastgehouden en
- (met kracht) de benen van die [slachtoffer] uit elkaar heeft geduwd, althans doende is geweest die benen uit elkaar te duwen.
(met de hand gewijzigd in PL2379)-2020152076, gesloten d.d. 15 december 2020, met doorgenummerde dossierpagina’s 1-152
(hierna aangeduid als: eindproces-verbaal),
(hierna aangeduid als: dossier hoger beroep).
Het proces-verbaal van bevindingen (met bijlagen) d.d. 21 september 2020, pagina 14 en 15 van het eindproces-verbaal, voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] :
(het hof begrijpt: [slachtoffer] )te zijn. Wij zagen dat zij bloed op haar gezicht had.
(het hof begrijpt: verdachte [verdachte] ).
Het proces-verbaal van bevindingen (met bijlagen) d.d. 21 september 2020, pagina 29 en 30 van het eindproces-verbaal, voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] :
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 21 september 2020, pagina 34 tot en met 36 van het eindproces-verbaal, voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 5] :
(het hof begrijpt: de dag- en nachtopvang)niet op straat hadden moeten laten slapen waardoor er zoiets kon gebeuren. Ze had van te voren met die jongen normaal gepraat. Dat het niet normaal was dat ze haar op straat hadden laten slapen.
Het proces-verbaal van bevindingen (met bijlagen) d.d. 21 september 2020, pagina 37 van het eindproces-verbaal, voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 5] :
Op haar rechterwang had zij een kleine snede. Op haar linkerwang, bij haar mond, had zij een kleine verwonding. Onder haar neus, op haar bovenlip, was een verkleuring zichtbaar.
Het proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 21 september 2020, pagina 41 en 42 van het eindproces-verbaal, voor zover inhoudende als verklaring van getuige [getuige 1] :
(het hof begrijpt telkens: de verdachte [verdachte] )boven op een ander persoon lag. Ik zag dat [verdachte] met zijn rechter gebalde vuist slaande bewegingen maakte naar de persoon die onder hem lag. Ik zag dat de onderste persoon zich hevig verzette. Ik zag en hoorde dat [verdachte] de persoon onder zich op het hoofd sloeg en hoorde die persoon roepen: “Nee niet doen, help help”. Ik hoorde toen aan de stem dat het een vrouw betrof. Ik zag dat de vrouw een trui of een hemd over het hoofd had. Ik zag dat de armen van deze vrouw hierin verstrikt waren. Ik zag dat [verdachte] met zijn linkerhand haar bij het hoofd aan haar trui of T-shirt vasthield, hij met zijn rechtervuist twee of drie maal op het hoofd sloeg en met zijn rechterhand weer probeerde de benen van de vrouw uit elkaar te krijgen. Toen dat niet lukte zag ik dat [verdachte] haar weer sloeg op haar hoofd. Ik zag dat [verdachte] zijn broek en onderbroek tot zijn knieën had afgetrokken. Ik zag dat [verdachte] met zijn middel tussen de benen van de vrouw lag. Ik besefte toen dat er iets ergs aan de hand was. Ik heb [verdachte] vervolgens van het slachtoffer afgetrokken. Ik zag toen dat [verdachte] een erectie had. Ik riep tegen [verdachte] dat wanneer hij iets zou doen ik hem zou slaan. [verdachte] heeft toen snel zijn broek en onderbroek opgetrokken en is weggerend.
- man
- donkere huidskleur
- rood trainingsjasje
- zwarte trainingsbroek met aan beide zijden een dubbele witte streep.
Het proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 29 september 2020, pagina 43 tot en met 48 van het eindproces-verbaal, voor zover inhoudende als verklaring van getuige [getuige 1] :
het hof begrijpt: getuige [getuige 2] , bewijsmiddel 7), toen de politie er was voor onderzoek en de verdachte weg was en voor [slachtoffer] de ambulance er was, stond een van de cliënten van de Dag en Nacht opvang bij ons. Dit was [getuige 3]
(het hof begrijpt: [getuige 3] , bewijsmiddel 9). Hij vertelde ons: “ [bijnaam verdachte] heeft verteld, hij heeft haar geslagen en geneukt.” [getuige 2] heeft nog langer met [getuige 3] gesproken.
Het proces-verbaal van verhoor getuige (met bijlagen) d.d. 29 september 2020, pagina 52 tot en met 55 van het eindproces-verbaal, voor zover inhoudende als verklaring van [getuige 2] :
Hij vertelde dat [verdachte] was weggerend. Ik zag [slachtoffer] zitten met ambulancepersoneel erbij. Ik heb hun verteld dat [slachtoffer] niet in staat is een fatsoenlijke verklaring af te leggen. [slachtoffer] is heel erg psychotisch. Ze is pas recent hier bij ons gekomen en toen heeft ze door haar gedrag al een sanctie gekregen. [verdachte] wordt door sommigen [bijnaam verdachte] genoemd. Hij is van Somalische afkomst. Ik ken hem een jaar.
(het hof begrijpt telkens: [getuige 3] )was en de onbekende Algerijn waar ik de naam niet van ken.
Het proces-verbaal van verhoor getuige (met bijlagen) d.d. 8 oktober 2020, pagina 59 tot en met 63 van het eindproces-verbaal, voor zover inhoudende als verklaring van getuige [getuige 4] :
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 29 september 2020, pagina 67 en 68 van het eindproces-verbaal, voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 6] en [verbalisant 7] :
(het hof begrijpt: de getuige)navolgende te vertellen:
- op zondagavond zat ik met [getuige 4]
- wij zaten buiten;
- die [bijnaam verdachte] was daar ook bij, maar op een gegeven moment misten wij hem en gingen kijken waar hij was;
- ik ging samen met [getuige 4] om de hoek van het kantoor van de bus kijken;
- ik zag een meisje op de grond liggen met haar ogen open;
- [bijnaam verdachte] lag achter tegen het meisje aan, had haar vastgepakt en streelde over haar haar;
- ik ben toen met [getuige 4] teruggegaan naar mijn tent;
- tijdje later komt die [bijnaam verdachte] en zegt “ruik eens aan mijn vingers” en steekt wijs- en middelvinger van zijn rechterhand naar mij toe;
- [bijnaam verdachte] zegt “vingers in kut en geneukt”;
- [bijnaam verdachte] was zondag gekleed in een rood trainingsvest en zwarte broek.
Het proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 22 juli 2021, pagina 161 tot en met 166 van het dossier hoger beroep, voor zover inhoudende als verklaring van de getuige [getuige 1] :
De verklaring van de getuige [getuige 1] zoals afgelegd ter terechtzitting van het gerechtshof in hoger beroep d.d. 9 april 2024, voor zover inhoudende:
Het proces-verbaal forensisch onderzoek verdachte zedenzaak d.d. 23 november 2020, pagina 76 tot en met 78 van het eindproces-verbaal, voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 8] en [verbalisant 9] :
Het rapport van The Maastricht Forensisc Institute te Maastricht d.d. 10 juni 2021, opgemaakt door TMFI-deskundige drs. [deskundige] , pagina 184 tot en met 187 van het dossier hoger beroep, voor zover inhoudende als relaas van rapporteur:
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 16 november 2023, voor zover inhoudende als verklaring van [slachtoffer] , afgelegd op 31 oktober 2023:
Vanaf het moment dat de verdachte uit beeld is verdwenen tot het moment dat de politie omstreeks 21:30:57 uur aan komt rijden, zijn in de camerabeelden nog eens twaalf perioden aanwezig waarin geen beelden beschikbaar zijn. De lengte van deze perioden loopt op van ruim ééntiende van een seconde tot ruim één minuut.
De omstandigheid dat de verdediging, ondanks het nodige initiatief daartoe, geen gebruik heeft kunnen maken van die mogelijkheid, staat niet eraan in de weg dat een door een getuige afgelegde verklaring voor het bewijs wordt gebezigd, mits is voldaan aan de eisen van een eerlijk proces, in het bijzonder doordat de bewezenverklaring niet in beslissende mate op die verklaring wordt gebaseerd dan wel, indien de bewezenverklaring wel in beslissende mate op die verklaring wordt gebaseerd, het ontbreken van een behoorlijke en effectieve mogelijkheid om de desbetreffende getuige te ondervragen in voldoende mate wordt gecompenseerd.
proces-verbaal van bevindingen van de raadsheer-commissaris d.d. 24 augustus 2023 volgt echter dat aan deze opdracht niet kan worden voldaan, omdat getuige [getuige 3] inmiddels is overleden.
Getuige [getuige 1] heeft de verdachte herkend als de persoon die hij bovenop het slachtoffer zag liggen en die hij het slachtoffer zag slaan. De verbalisanten die het slachtoffer kort na het incident in het ziekenhuis hebben bezocht, zagen dat zij bloed(uitstortingen) in haar gezicht had. Bovendien hebben getuigen [getuige 4] en [getuige 3] verklaard dat zij de verdachte met het meisje in de portiek, de latere plaats delict, hebben gezien en heeft getuige [getuige 3] tevens verklaard dat de verdachte tegen hem heeft gezegd “ruik eens aan mijn vingers”, waarbij hij zijn wijs- en middelvinger op stak, en “vingers in kut en geneukt”. Tot slot is uit de bevindingen van het DNA-onderzoek aan de bemonsteringen van het scrotum en de liezen van de verdachte geconcludeerd dat het slachtoffer donor kan zijn van een relatief geringe hoeveelheid celmateriaal in de bemonstering. De conclusies van het DNA-onderzoek zijn daarmee naar het oordeel van het hof redengevend voor het bewijs dat de verdachte als dader betrokken is geweest bij het tenlastegelegde feit.
Het is meer dan één miljoen keer waarschijnlijker dat de bemonstering DNA bevat van de verdachte en het slachtoffer [slachtoffer] , dan wanneer de bemonstering DNA bevat van de verdachte en één onbekende, niet verwante persoon.
DNA-rapportage niet meer zegt dan dat er in de bemonstering van het scrotum en de liezen van de verdachte naast DNA van de verdachte DNA is aangetroffen van een willekeurig ander levend persoon, berust op een onjuist lezing van de rapportage en behoeft aldus geen verdere bespreking.
proces-verbaal van bevindingen op te laten maken waarin wordt gerelateerd of zich in de camerabeelden in de periode dat getuige [getuige 1] in beeld komt tot het moment dat de politie ter plaatse arriveert, hiaten aanwezig zijn, en zo ja hoe lang die hiaten zijn.
Zoals reeds is overwogen, zijn door het NFI de beelden van de verschillende camerapunten in tijd gesynchroniseerd. Daarbij is door het NFI reeds aangegeven wanneer (op welke tijdstippen) van beide camera’s geen beelden aanwezig zijn en hoe lang die perioden zijn waarin geen beelden aanwezig zijn. Naar het oordeel van het hof is het dan ook niet noodzakelijk om hieromtrent een aanvullend proces-verbaal op te laten maken door de politie. Het verzoek wordt derhalve afgewezen.
raadsheer-commissaris verhoord in een speciaal daarvoor ingerichte verhoorstudio door twee gecertificeerd zedenrechercheurs. Door de verdediging was tevens verzocht om de camerabeelden aan haar te tonen, maar door de raadsheer-commissaris is tijdens een onderbreking van het verhoor beslist dat de camerabeelden niet aan haar zouden worden getoond, waarbij hij het welzijn van de getuige en het mogelijke gevaar van secundaire victimisatie in aanmerking heeft genomen. Het hof verenigt zich met dit oordeel van de raadsheer-commissaris.
raadsheer-commissaris, welke vragen zijn voorgelegd aan de verhoorders. Door de verdediging konden daarbij vragen worden ingediend over de camerabeelden. Tevens is de verdediging tot tweemaal toe de mogelijkheid geboden om gedurende twee onderbrekingen van het verhoor aanvullende vragen te stellen. Hiervan heeft de verdediging de eerste keer gebruik gemaakt. De tweede keer waren er geen aanvullende vragen van de zijde van de verdediging. Tot slot heeft de verdediging de vraag van de raadsheer-commissaris of zij alle vragen die zij aan de getuige wenste te stellen heeft kunnen stellen, bevestigend beantwoord. Naar het oordeel van het hof is het ondervragingsrecht van de verdediging dan ook niet beperkt en heeft de verdediging een behoorlijke en effectieve mogelijkheid gehad om het ondervragingsrecht uit te oefenen. De omstandigheid dat aan het slachtoffer niet de camerabeelden zijn getoond doet aan het voorgaande niet af, nu de verdediging de mogelijkheid heeft gehad om over deze beelden vragen te stellen.
verkrachting.
niet-ontvankelijk worden verklaard en het hof zal bepalen dat de benadeelde partij dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
,nu het hof het wenselijk acht dat de Staat der Nederlanden schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert. Het hof zal daarbij bepalen dat gijzeling voor na te melden duur kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid niet opheft.
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
32 (tweeëndertig) maanden;
€ 7.500,00 (zevenduizend vijfhonderd euro) ter zake van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 september 2020 tot aan de dag der voldoening;
[slachtoffer], ter zake van het bewezenverklaarde een bedrag te betalen van
€ 7.500,00 (zevenduizend vijfhonderd euro)als vergoeding voor immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 september 2020 tot aan de dag der voldoening en bepaalt dat gijzeling voor de duur van ten hoogste 72 (tweeënzeventig) dagen kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid van de schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft;