Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- [appellant] en
- [bewindvoerder] , hierna te noemen: de bewindvoerder.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 29 januari 2024 het verzoek van appellant om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP) toegewezen met een looptijd van 18 maanden vanaf die datum. Appellant stelde in hoger beroep dat de ingangsdatum van de regeling vijf maanden eerder zou moeten zijn, omdat hij al tien tot elf maanden in een buitengerechtelijke schuldregeling zat en hij niet in staat was 36 uur per week te werken.
Het hof heeft het beroepschrift ontvangen op 7 februari 2024, één dag na het verstrijken van de beroepstermijn van acht dagen. Appellant ontving de beschikking van de rechtbank op 1 februari 2024, binnen de beroepstermijn, en had dus nog voldoende tijd om tijdig beroep in te stellen. Het hof oordeelde dat de overschrijding van de termijn niet verschoonbaar is en verklaarde appellant niet-ontvankelijk.
Daarnaast overwoog het hof dat, indien appellant wel ontvankelijk was geweest, het beroep niet zou slagen omdat niet was komen vast te staan dat appellant tijdens de buitengerechtelijke schuldregeling de verplichtingen van de WSNP correct had nageleefd. Appellant werkte 32 uur per week zonder medische onderbouwing dat hij niet meer kon werken en had onvoldoende sollicitatie-inspanningen verricht.
Het hof benadrukte het belang van strikte naleving van de beroepstermijn en de inspanningsverplichting van de schuldenaar voorafgaand aan toelating tot de WSNP. Het arrest is gewezen door drie raadsheren en op 2 mei 2024 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Appellant is niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens overschrijding van de beroepstermijn.