In deze zaak vordert appellant de voeging van twee bij het hof aanhangige procedures die beide betrekking hebben op burenrecht en dezelfde partijen betreffen. Geïntimeerde erkent de verknochtheid en ziet geen bezwaar tegen de voeging.
Het hof stelt vast dat de vordering tijdig is ingesteld en dat aan de voorwaarden voor voeging is voldaan, omdat beide zaken bij hetzelfde hof aanhangig zijn, dezelfde partijen betreffen en hetzelfde onderwerp hebben. De voeging wordt daarom toegewezen, waarbij de zelfstandigheid van de vorderingen behouden blijft.
De proceskosten van het incident worden gecompenseerd, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. De hoofdzaak wordt verwezen naar de rol van 28 mei 2024 voor memorie van grieven, en verdere beslissingen worden aangehouden.