Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- de brief van de raad d.d. 22 februari 2024;
- V6-formulier d.d. 5 april 2024 van de advocaat van de moeder met als bijlagen producties 4, 5 en 6.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De zaak betreft de verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige die sinds 31 januari 2020 onder toezicht staat van een gecertificeerde instelling (GI). De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de beslissing van de rechtbank om de ondertoezichtstelling te verlengen tot 31 oktober 2024.
De moeder stelt dat de minderjarige zich goed ontwikkelt, dat zij voldoende opvoedingsvaardigheden bezit en dat er geen noodzaak is voor verlenging van de maatregel. De GI en de vader betwisten dit en wijzen op een ernstige ontwikkelingsbedreiging door de heftige ouderlijke strijd, loyaliteitsproblematiek bij de minderjarige en het gebrek aan samenwerking van de moeder met de hulpverlening.
Het hof overweegt dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de ontwikkelingsbedreiging voortduurt, mede door de negatieve houding van de moeder tegenover de vader en haar strijd tegen hulpverleners. De verlenging van de ondertoezichtstelling is noodzakelijk om de bedreiging weg te nemen. De grieven van de moeder falen en de beschikking wordt bekrachtigd.
Uitkomst: De verlenging van de ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt bekrachtigd.