Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling
De schulden zijn ontstaan door de wisselende inkomsten van [appellant 1]. Dit is niet verwijtbaar, (…)’
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze zaak heeft het gerechtshof 's-Hertogenbosch het vonnis van de rechtbank Limburg bekrachtigd waarin de verlenging van de schuldsaneringsregeling van appellante is bevestigd. De rechtbank had geoordeeld dat appellante toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de regeling, met name door het niet melden van nabetalingen van huur- en zorgtoeslag en het niet afdragen van deze bedragen aan de boedel.
Appellante betoogde dat de nieuwe schulden niet aan haar te verwijten zijn en verwees naar de complexiteit van de regelgeving en haar hoge leeftijd. De bewindvoerder stelde echter dat appellante de regels kende en dat de nabetalingen ten onrechte niet aan de boedel zijn overgemaakt, waardoor nieuwe schulden ontstonden.
Het hof oordeelde dat appellante toerekenbaar tekortgeschoten is in haar informatieplicht en in het voorkomen van nieuwe schulden. De tekortkomingen zijn niet van zodanige geringe betekenis dat ze buiten beschouwing kunnen blijven. Daarom is de verlenging van de schuldsaneringsregeling gerechtvaardigd, zodat appellante de mogelijkheid krijgt haar verplichtingen alsnog na te komen en de schone lei te verkrijgen.
Het vonnis van de rechtbank wordt bekrachtigd en de verlenging van de regeling tot maximaal 4 mei 2025 blijft van kracht.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de verlenging van de schuldsaneringsregeling wegens toerekenbare tekortkomingen van appellante.