ECLI:NL:RBDHA:2021:691
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldsaneringsregeling met schone lei ondanks geringe tekortkomingen
De rechtbank Den Haag heeft op 1 februari 2021 uitspraak gedaan in de zaak betreffende de beëindiging van de schuldsaneringsregeling van schuldenaren. De procedure begon met de toepassing van de regeling in december 2015 en kende meerdere verlengingen tot december 2020. De bewindvoerder rapporteerde over de beëindiging en constateerde meerdere tekortkomingen, waaronder een beperkte sollicitatieplichtschending, het ontstaan van nieuwe schulden aan de Belastingdienst en een boedelachterstand.
De rechtbank oordeelde dat schuldenaar sinds het begin van de regeling fulltime werkt en schuldenares sinds 2017 grotendeels aan haar sollicitatieplicht heeft voldaan, met een geringe tekortkoming in de laatste periode. Deze tekortkoming werd als van geringe betekenis beoordeeld en bleef buiten beschouwing. De nieuwe schulden aan de Belastingdienst werden veroorzaakt door wisselende inkomsten en niet door overbesteding, waardoor deze niet aan schuldenaren konden worden toegerekend.
Verder werd vastgesteld dat schuldenaren gedurende vijf jaar een aanzienlijke boedelbijdrage hebben geleverd, met een kleine resterende achterstand die als gering werd aangemerkt. Gezien de totale inspanningen en omstandigheden werden alle tekortkomingen als onvoldoende ernstig beoordeeld om de beëindiging met schone lei te verhinderen.
De rechtbank stelde de vergoeding van de bewindvoerder vast en bepaalde dat de schuldsaneringsregeling eindigt zodra de slotuitdelingslijst verbindend is geworden, met de verplichtingen van schuldenaren geëindigd per 22 december 2020. Tegen deze uitspraak kan binnen acht dagen hoger beroep worden ingesteld via een advocaat.
Uitkomst: De rechtbank beëindigt de schuldsaneringsregeling met schone lei ondanks geringe tekortkomingen.