Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling
[minderjarige 1]), te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2016.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De moeder verzocht het gerechtshof om het gezamenlijk gezag over haar 7-jarige dochter te wijzigen in eenhoofdig gezag ten gunste van haarzelf. Dit verzoek volgde op een eerdere afwijzing door de rechtbank Zeeland-West-Brabant. De moeder woont al drie jaar ongeoorloofd met het kind in Polen, ondanks een Poolse rechterlijke beslissing die de terugkeer naar Nederland gelastte. De moeder stelde dat de vader het kind had misbruikt en mishandeld, en dat het kind specialistische zorg nodig heeft, waarvoor de vader geen toestemming geeft.
De vader ontkende de beschuldigingen en stelde dat het contact met het kind al drie jaar onmogelijk is door het handelen van de moeder, die het kind onvindbaar houdt voor hem en de autoriteiten. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde het hoger beroep af te wijzen en benadrukte het belang van het gezamenlijk gezag en het behoud van de positie van de vader.
Het hof oordeelde dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft en dat Nederlands recht van toepassing is. Het hof constateerde dat het risico bestaat dat het kind klem raakt tussen de ouders bij gezamenlijk gezag, maar dat het gezag het enige lijntje is dat de vader met het kind heeft. Gezien de juridische situatie in Polen, de belangen van het kind en het recht van de vader op family life, besloot het hof het gezamenlijk gezag in stand te laten en de bestreden beschikking te bekrachtigen. De proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van het verzoek van de moeder om eenhoofdig gezag te verkrijgen en handhaaft het gezamenlijk gezag.