In deze civiele procedure in hoger beroep heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch het verzoek van eiseressen tot schorsing van de tenuitvoerlegging van een vonnis in kort geding afgewezen. Het vonnis betrof een verbod op slaafse nabootsing van de Cristo- en Domo-pergola's die volgens de voorzieningenrechter overeenkomen met de Mirador-pergola's van geïntimeerden.
Eiseressen voerden aan dat het vonnis berust op een kennelijke misslag, met name dat de voorzieningenrechter ten onrechte heeft geoordeeld dat de Mirador-pergola een eigen gezicht heeft en dat vier van de vijf vormgevingselementen waren erkend. Het hof verwierp deze stellingen omdat een kennelijke juridische of feitelijke misslag niet evident en onbetwistbaar was.
Verder woog het hof de belangen af en concludeerde dat het belang van geïntimeerden bij handhaving van het verbod zwaarder weegt dan het belang van eiseressen bij schorsing, mede vanwege de korte duur van de procedure in hoger beroep en de mogelijke schade voor geïntimeerden bij voortzetting van de vermeende slaafse nabootsing.
De beslissing over proceskosten werd aangehouden tot de einduitspraak in de hoofdzaak. In de hoofdzaak werd de memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep genomen en verdere beslissingen aangehouden.