In deze zaak staat centraal of tussen partijen een overeenkomst tot woningruil tot stand is gekomen en of geïntimeerde een spoedeisend belang heeft bij haar vordering tot ontruiming van de woning van appellante.
Geïntimeerde huurt een woning van Woonkracht 10 en appellante een woning van Thuisvester. Partijen hebben gesprekken gevoerd over woningruil, waarbij Woonkracht 10 instemde, maar Thuisvester niet. Thuisvester heeft meerdere malen geweigerd medewerking te verlenen aan de woningruil vanwege financiële waarborgen en inkomenseisen.
De voorzieningenrechter heeft appellante veroordeeld tot ontruiming van haar woning, maar het hof oordeelt dat geïntimeerde geen spoedeisend belang heeft nu zij de woning niet kan betrekken zonder definitieve machtiging van Thuisvester, die nog in hoger beroep is. Ook is onvoldoende onderbouwd waarom de huidige woning niet voldoet aan de behoeften van geïntimeerde en haar gezin.
Het hof vernietigt het vonnis van de voorzieningenrechter, wijst de vordering af, en veroordeelt geïntimeerde in de proceskosten van beide instanties.