Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Living [locatie] C.V.,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
[appellant],
wonende te [woonplaats] ,
1.[geïntimeerde 1] ,wonende te [woonplaats] , België,
[geïntimeerde 2] ,wonende te [woonplaats] , België,
5.Het verdere verloop van de procedure
6.De beoordeling
“Opstellen verbeterde complete huurovereenkomst (indien nodig).
(…)
Huurpenningen collecteren. Op creditfactuur doorgestort.(…)
Minnelijk incasso traject
Inventarisatie in het geval van technische problemen. De aard van het probleem wordt in kaart gebracht, evenals aansprakelijkheid.
Zorgdragen voor oplossen technische problemen.
Zorgdragen voor technisch onderhoud aan de woonruimte(s).
(…)
Het ontvangen van de opzegging en controleren of de opzegging in lijn met de huurovereenkomst is.
(…)
Het opstellen van een eindafrekening t.b.v. waarborgsom.
Het oplossen en afwikkelen van eventuele gebreken.
(…)
Het opstellen van een inspectierapport.
(…)”
€ 70.930,99, te vermeerderen met de wettelijke rente en zijn zij hoofdelijk veroordeeld in de proceskosten en de nakosten. In reconventie heeft de rechtbank [geïntimeerden] hoofdelijk veroordeeld om aan [appellanten] te betalen € 21.921,32, vermeerderd met de contractuele rente en hen hoofdelijk veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Al het overige in conventie en in reconventie gevorderd, heeft de rechtbank afgewezen.