Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[verdachte] ,
Een proces-verbaal van aangifte d.d. 5 augustus 2020 (dossierpagina’s 3-9), voor zover inhoudende als verklaring van [slachtoffer 1] :
het hof begrijpt: landgoed [adres 2]) aan mijn linkerzijde. Het [adres 3] loopt gedeeltelijk parallel aan de [adres 4] , daarna zit er een bocht naar rechts in het pad waardoor je recht richting de [adres 5] loopt. Links van deze bocht, vanuit onze looprichting gezien die dag, zijn de woningen gelegen waaronder [adres 2] valt van de [adres 2] . Wij liepen met zijn tweeën over het [adres 3] toen. Er was verder niemand op het pad aanwezig. Bij het naderen van de bocht zagen we geen personen en/of dieren op het pad. Nadat we de bocht door waren gelopen zag ik aan de linkerzijde van het pad een hond staan. Het leek erop alsof deze net zijn/haar behoefte had gedaan omdat hij met zijn poten het zand naar achteren aan het vegen was. De afstand tussen de hond en mij was op dat moment ongeveer 3 meter. De hond stond in eerste instantie met zijn achterzijde in onze richting. De hond draaide hierna om en liep in onze richting. De hond liep op een rustig tempo naar ons toe. De hond liep normaal in onze richting, niet met zijn staart tussen zijn poten of oren naar achteren. [getuige 1] en ik bleven gewoon doorlopen, er was voor ons geen reden om bezorgd te zijn. De hond liep, vanuit ons gezien, links op het pad. Hij liep zelfs in de berm naast het pad.
Een proces-verbaal van aangifte d.d. 15 november 2021 (dossierpagina’s 10-11 van het procesdossier met nummer PL2000-2021279378), voor zover inhoudende als verklaring van [slachtoffer 3] :
het hof begrijpt: de foto op pagina 19 van het procesdossier met nummer PL2000-2021279378, welke overeenkomt met de foto die als bijlage bij de aangifte van [slachtoffer 1] is gevoegd).
Een eigen waarneming van het hof:
Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 12 maart 2021 (dossierpagina’s 31-32), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 1] :
Een geschrift, te weten een schrijven van de burgemeester van de gemeente Breda, d.d. 27 augustus 2020 (pagina’s 24-26 van het procesdossier met nummer PL2000-2021078766) aan [verdachte] , [adres 2] , voor zover inhoudende als volgt:
Een herzien advies risicoanalyse van het Riskassessmentteam Universiteit Utrecht d.d. 1 november 2021 (pagina’s 30-59 van het procesdossier met nummer PL2000-2021279378), voor zover inhoudende als volgt:
7. Een proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 8 december 2021 (dossierpagina’s 67-70), voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte [medeverdachte] :
het hof begrijpt: de verdachte en haar echtgenoot [verdachte]) verantwoordelijk.
8. Een proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch d.d. 26 augustus 2024, voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte ter terechtzitting:
het hof begrijpt: [verdachte]) heeft deze hond gekocht.
Een proces-verbaal van aangifte d.d. 13 februari 2021 (dossierpagina’s 17-24), voor zover inhoudende als verklaring van [slachtoffer 2] :
het hof begrijpt: te Breda). Dit is gelegen tussen 2 fietspaden in. Ik zag op het fietspad dat er een grote hond richting ons aankwam vanaf het [adres 3] . Ik ben met mij dochter langzaam achteruit gaan lopen. Ik zag dat de hond over de sloot sprong die ons nog van elkaar scheidde. Ik zag dat hij naar ons toe kwam al blaffend en rennend. Ik zag dat de hond los was en ik zag geen eigenaar van de hond in de nabijheid. Ik begon te gillen en ik hoorde mijn dochter ook gillen. Mijn dochter rende weg richting de bomen en bleef daar staan. Ik ben omgedraaid en in het midden gaan staan omdat ik niet wilde dat de hond mijn dochter iets aan ging doen. Ik dacht dat ik nog weg kon komen. Ik stond met mijn zijkant naar de hond toe. De hond was dichtbij en beet mij in mijn linker bovenbeen. Ik heb hem dit niet zien doen omdat ik met mijn handen gekruist voor mijn gezicht stond en bang was dat hij me om ging duwen. Ik voelde wel pijn en heb geroepen: "Hij bijt me". Toen beet hij me nog een keer in het linker bovenbeen. Ik denk dat hij mij de eerste keer gewoon heeft gebeten en de tweede keer heb ik het gevoel dat hij aan mijn been schudde tijdens het bijten. Deze beet is ook groter. Ik heb het niet gezien alleen gevoeld. Het duurde de tweede keer langer dat de hond losliet. Tijdens het incident bleef ik roepen en gillen en voelde dat de hond op een gegeven moment dat de hond. Ik keek zoekend rond op zoek naar mijn dochter en zag dat de hond daar niet naar toe liep. Ik zag de hond rustig lopen richting Landgoed [adres 2] .
Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 15 februari 2021 (dossierpagina’s 25-26), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 2] :
het hof begrijpt: te Breda). (…) Ik zag dat (…) een vrouw voor de woning in een stoel zat. Ik zag dat zij een doek om haar been had, dit op de plek waar ze gebeten was. Ze vertelde dat ze op de [adres 2] gebeten was door een grote lichte hond. Ik hoorde van mensen die er bij stonden dat dit waarschijnlijk de hond van het landgoed [adres 2] zou zijn. (…) Ik ben zelf naar de [adres 2] gegaan alwaar het bijtincident plaats zou hebben gevonden. Ik ben daar in de richting van het landgoed gelopen. Na ca 100 meter op de [adres 2] begint het landgoed. Vaak is de poort tot het landgoed aan deze zijde afgesloten. Ik zag dat deze poort nu echter open stond. Net voor de poort staat aan de linkse zijde nog een woning. Ik heb de bewoonster daarvan gevraagd of zij een grote loslopende hond had gezien vandaag. Zij verklaarde dat (…) de hond van het landgoed wel eens los liep en dan voor problemen zorgde. (…) Ik ben vervolgens het landgoed opgelopen. Ik hoorde uit de richting van het landhuis al een zwaar geblaf komen. Na ca 100 meter zag ik aan de linkerzijde een grote omheinde ruimte. Ik zag dat hierin een grote hond liep die agressief naar mij reageerde.
Een proces-verbaal van verhoor aangeefster d.d. 24 februari 2021 (dossierpagina’s 27-28), voor zover inhoudende als verklaring van [slachtoffer 2] :
het hof begrijpt: de afbeelding die gedeeld wordt op internet).
Een proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 24 februari 2021 (dossierpagina’s 29-30), voor zover inhoudende als verklaring van getuige [getuige 2] :
het hof begrijpt: op 29 januari 2021).
het hof begrijpt: landgoed [adres 2]).
het hof begrijpt: landgoed [adres 2]).
Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 12 maart 2021 (dossierpagina’s 31-32), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 1] :
het hof begrijpt: de verdachte) een brief gekregen van de gemeente Breda met daarin de bovengenoemde informatie en de gestelde maatregel welke opgelegd worden. Hierin stond:
Een geschrift, te weten een schrijven van de burgemeester van de gemeente Breda, d.d. 27 augustus 2020 (pagina’s 24-26 van het procesdossier met nummer PL2000-2021078766) aan [verdachte] , [adres 2] , voor zover inhoudende als volgt:
Een herzien advies risicoanalyse van het Riskassessmentteam Universiteit Utrecht d.d. 1 november 2021 (pagina’s 30-59 van het procesdossier met nummer PL2000-2021279378), voor zover inhoudende als volgt:
7. Een proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 8 december 2021 (dossierpagina’s 67-70), voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte [medeverdachte] :
het hof begrijpt: de verdachte en haar echtgenoot [verdachte]) verantwoordelijk.
8. Een proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch d.d. 26 augustus 2024, voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte ter terechtzitting:
het hof begrijpt: haar echtgenoot [verdachte] en [medeverdachte]) een lichtkleurige, beige/witte, hond. Mijn man (
het hof begrijpt: [verdachte]) heeft deze hond gekocht.
NJ1992/571).
onvoldoende zorg dragen voor een onder zijn hoede staand gevaarlijk dier.
onvoldoende zorg dragen voor een onder zijn hoede staand gevaarlijk dier.
,nu het hof het wenselijk acht dat de Staat der Nederlanden schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert. Het hof zal daarbij bepalen dat gijzeling voor de duur van 14 dagen kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid niet opheft.
ii. Immateriële schade ad € 1.200,00
,nu het hof het wenselijk acht dat de Staat der Nederlanden schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert. Het hof zal daarbij bepalen dat gijzeling voor de duur van 21 dagen kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid niet opheft.
BESLISSING
taakstrafvoor de duur van
40 (veertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
20 (twintig) dagen hechtenis;
hechtenisvoor de duur van
1 (één) week;
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;
taakstrafvoor de duur van
40 (veertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
20 (twintig) dagen hechtenis;
hechtenisvoor de duur van
1 (één) week;
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]
€ 705,00 (zevenhonderdvijf euro) bestaande uit € 55,00 (vijfenvijftig euro) materiële schade en € 650,00 (zeshonderdvijftig euro) immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 25 juli 2020 tot aan de dag der voldoening;
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]
€ 1.165,29 (duizend honderdvijfenzestig euro en negenentwintig cent), bestaande uit € 515,29 (vijfhonderdvijftien euro en negenentwintig cent) materiële schade en € 650,00 (zeshonderdvijftig euro) immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 januari 2021 tot aan de dag der voldoening;