Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak 10746574\CV EXPL 23-6134)
2.Het geding in hoger beroep
- de memorie van antwoord van [geïntimeerde] , met productie 1;
- de mondelinge behandeling, waar:
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In hoger beroep heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch de vordering van Stichting Woonbedrijf tegen de geïntimeerde behandeld. Woonbedrijf vorderde ontruiming van een zelfstandige woonruimte wegens niet-naleving van de huurovereenkomst. Tijdens de mondelinge behandeling hebben partijen een regeling getroffen waarbij de ontbinding van de huurovereenkomst voorwaardelijk wordt gemaakt, gekoppeld aan meerdere voorwaarden zoals het niet tijdig betalen van huur, het niet uitvoeren van herstelwerkzaamheden, het niet als hoofdverblijf gebruiken van de woonruimte, onrechtmatige onderverhuur en inschrijving van derden in het BRP.
De geïntimeerde stemde in met de gewijzigde vordering en had geen bezwaar tegen de toewijzing. Het hof vernietigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde de geïntimeerde om binnen veertien dagen na betekening van het arrest de woonruimte te ontruimen en ontruimd te houden, indien aan één of meer van de gestelde voorwaarden wordt voldaan. Tevens werd bepaald dat elke partij haar eigen proceskosten draagt en dat het arrest uitvoerbaar bij voorraad is.
De regeling biedt zo een flexibele ontbinding van de huurovereenkomst waarbij de woonruimte pas ontruimd hoeft te worden als de geïntimeerde niet aan de voorwaarden voldoet binnen een termijn van één week tot twee jaar na het arrest. Dit arrest bevestigt het belang van duidelijke afspraken en voorwaarden in huurgeschillen.
Uitkomst: Het hof wijst de voorwaardelijke ontbinding toe en veroordeelt de huurder tot ontruiming onder gestelde voorwaarden.