Belanghebbende, die in de jaren 2014 tot en met 2017 in België woonde, ontving pensioenuitkeringen uit Nederland. De inspecteur legde navorderingsaanslagen inkomstenbelasting op omdat Nederland het heffingsrecht over deze pensioenuitkeringen toekomt. Belanghebbende maakte bezwaar en stelde beroep in bij de rechtbank, dat werd afgewezen. Vervolgens stelde zij hoger beroep in bij het hof.
Het hof oordeelt dat aan de voorwaarden van het belastingverdrag is voldaan, omdat de pensioenuitkering meer dan € 25.000 bedraagt en in België voor minder dan 90% is belast. Daarom heeft Nederland het heffingsrecht. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat belanghebbende een deskundige adviseur had die wist dat de pensioenuitkering in België niet progressief werd belast. Vertrouwen op de afgegeven vrijstellingsverklaringen is daarom niet gerechtvaardigd.
Het hof wijst het hoger beroep af en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er wordt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten toegewezen. De uitspraak is gedaan door het hof te ’s-Hertogenbosch op 18 september 2024.