De man en vrouw, gezamenlijk gezaghebbenden over twee minderjarige kinderen, zijn het oneens over de inschrijving van hun dochter bij een korfbalvereniging. De man vordert in kort geding vervangende toestemming om zijn dochter aan te melden bij de sportclub, stellende dat dit spoedeisend is vanwege haar slechte conditie en het begin van het nieuwe schooljaar.
De voorzieningenrechter wijst de vordering af en veroordeelt de man in de proceskosten. In hoger beroep betoogt de man dat het spoedeisend belang blijft bestaan, terwijl de vrouw stelt dat het belang ontbreekt omdat de dochter al op dansles zit en de conditie niet slecht is.
Het hof oordeelt dat er geen actueel spoedeisend belang is. De dochter heeft haar deelname aan korfbal gestaakt, en de man is al lange tijd bekend met de situatie. Er is onvoldoende onderbouwing dat inschrijving op korte termijn noodzakelijk is. Het hof verklaart de vordering niet-ontvankelijk en compenseert de proceskosten in hoger beroep, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.