ECLI:NL:GHSHE:2024:3082

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
31 mei 2024
Publicatiedatum
2 oktober 2024
Zaaknummer
20-000974-23
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 450 SvArt. 359 SvArt. 279 Sv
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verdachte niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-conform artikel 450 Sv ingesteld hoger beroep

Verdachte werd door de politierechter veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee weken wegens diefstal. Tegen dit vonnis stelde verdachte hoger beroep in. Het hof onderzocht of het hoger beroep rechtsgeldig was ingesteld, waarbij de volmacht voor het instellen van het hoger beroep door een griffiemedewerker werd getoetst aan de vereisten van artikel 450 Wetboek Pro van Strafvordering.

De schriftelijke volmacht van de advocaat aan de griffiemedewerker voldeed niet aan alle vereisten, met name ontbraken de vereiste verklaringen omtrent instemming van verdachte en het adres voor toezending van de dagvaarding. Omdat noch verdachte noch een gemachtigde raadsman ter terechtzitting in hoger beroep verschenen, kon het verzuim niet worden gedekt.

Daarom verklaarde het hof, in lijn met de vordering van de advocaat-generaal, verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep. Dit betekent dat het vonnis van de politierechter in stand blijft. Het arrest werd op 31 mei 2024 uitgesproken door het gerechtshof 's-Hertogenbosch.

Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens niet-conform artikel 450 Sv ingesteld hoger beroep.

Uitspraak

Parketnummer : 20-000974-23
Uitspraak : 31 mei 2024
VERSTEK, ONIP

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 24 maart 2023, in de strafzaak met parketnummer 03-022384-23 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1983,
zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande,
doch wonende te [adres] (Polen), [adres] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake diefstal veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 weken.
Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.
De advocaat-generaal heeft primair gevorderd dat het hof de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in zijn hoger beroep, nu het hoger beroep niet conform de vereisten van artikel 450 van Pro het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) is ingesteld. Subsidiair heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof het vonnis van de politierechter zal vernietigen, omdat de politierechter heeft volstaan met aantekening van de uitspraak op een aan het dubbel van de dagvaarding gehecht stuk, maar het hof gebonden is aan het motiveringsvoorschrift van artikel 359 van Pro het Wetboek van Strafvordering, en opnieuw rechtdoende zal beslissen conform de beslissing van de politierechter ten aanzien van de kwalificatie en de strafoplegging.
Ontvankelijkheid van het hoger beroep
Volmacht instellen hoger beroep
Uit de akte instellen hoger beroep blijkt dat het hoger beroep op 4 april 2023 is ingesteld door een griffiemedewerker van de rechtbank Limburg, die verklaarde daartoe gemachtigd te zijn blijkens een aan de akte gehechte brief, die beschouwd dient te worden als een bijzondere volmacht.
De aan de appelakte gehechte brief van raadsvrouw mr. L. Windhorst, advocaat te Den Haag, gedateerd 4 april 2023, houdt – voor zover hier van belang – in:
“Uw referentie: 03-022394-23 (hof: handmatig gecorrigeerd in 03-022384-23)
Namens cliënt, de heer [verdachte] (geboren op [geboortedag] 1983) wil ik in bovenstaande zaak (PR zitting Maastricht op 24 maart 2023hoger beroep instellentegen de uitspraak van Politierechter; ik ben door client bepaaldelijk gevolmachtigd tot het instellen van het hoger beroep. Bijgaand zend ik tevens het grievenformulier.
Hierbij machtig ik de griffiemedewerker om het hoger beroep in te stellen.
Gaarne ontvang ik een ontvangstbevestiging van deze brief.”
Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad kan een door de verdachte bepaaldelijk gevolmachtigde raadsman/raadsvrouw schriftelijk hoger beroep doen instellen op de wijze als bedoeld in artikel 450, derde lid, Sv. De door de raadsvrouw aan de griffie verzonden schriftelijke volmacht dient dan echter aan de in artikel 450, eerste en derde lid, Sv geformuleerde eisen te voldoen. Dat betekent dat de schriftelijke volmacht van een advocaat aan een griffiemedewerker om hoger beroep in te stellen moet inhouden:
(i) een verklaring van de advocaat dat hij/zij tot het instellen van het hoger beroep door de verdachte bepaaldelijk is gevolmachtigd (art. 450, eerste lid sub a, Sv);
(ii) een verklaring van de advocaat dat de verdachte instemt met het door de griffiemedewerker aanstonds in ontvangst nemen van de oproeping voor de terechtzitting in hoger beroep (art. 450, derde lid, Sv);
(iii) het adres dat door de verdachte is opgegeven voor toezending van het afschrift van de appeldagvaarding (art. 450, derde lid, Sv).
Het hof stelt vast dat de brief van de raadsvrouw, voor zover aan te merken als een schriftelijke volmacht, niet voldoet aan de twee laatstgenoemde eisen en dat derhalve niet op de door de wet voorgeschreven wijze hoger beroep is ingesteld.
Volgens het arrest van de Hoge Raad van 22 januari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY8357 bestaat onvoldoende grond voor niet-ontvankelijkverklaring van het appel wegens het niet voldoen van de volmacht aan de hiervoor onder (ii) en (iii) vermelde voorwaarden indien de verdachte of een door hem gemachtigde raadsman ter terechtzitting is verschenen. Het belang dat met die voorwaarden is gediend, is in zo een geval niet geschaad. Het verzuim kan dan voor gedekt worden gehouden.
In het onderhavige geval is noch de verdachte noch een door de verdachte op de voet van art. 279 Sv Pro gemachtigde raadsvrouw ter terechtzitting in hoger beroep verschenen. Het hof is daarom van oordeel dat de geconstateerde verzuimen niet voor gedekt kunnen worden gehouden.
Gelet op het voorgaande is het hof, met de advocaat-generaal, van oordeel dat de verdachte niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in het namens hem ingestelde hoger beroep.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het namens hem ingestelde hoger beroep.
Aldus gewezen door:
mr. S.C. van Duijn, voorzitter,
mr. S.V. Pelsser en mr. R.G.A. Beaujean, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. N. van der Velden, griffier,
en op 31 mei 2024 ter openbare terechtzitting uitgesproken.