Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[verdachte] ,
hij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 21 juli 2018 tot en met 30 december 2018 te Oosterhout, althans in Nederland, met [slachtoffer 1] (geboren op
hij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 21 juli 2018 tot en met 30 december 2018 te Oosterhout, althans in Nederland, ontucht heeft gepleegd met de aan zijn zorg en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige [slachtoffer 1] (geboren op
hij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 21 juli 2018 tot en met 30 december 2018 te Oosterhout, althans in Nederland, met [slachtoffer 1] (geboren op
hij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 21 juli 2018 tot en met 30 december 2018 te Oosterhout, althans in Nederland, [slachtoffer 1] (geboren op
hij of omstreeks 26 december 2020 te Loosbroek, althans in Nederland, aan een kind dat hij verzorgt of opvoedt als behorend tot zijn gezin en/of een aan zijn zorg of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, genaamd [slachtoffer 4] , geboren [geboortedatum 2] ,
hij of omstreeks 26 december 2020 te Loosbroek, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 4] , geboren [geboortedatum 2] , een kind dat hij verzorgt of opvoedt als behorend tot zijn gezin en/of een aan zijn zorg of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,
van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 4] , geboren [geboortedatum 2] , een kind dat hij verzorgt of opvoedt als behorend tot zijn gezin en/of een aan zijn zorg of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, heeft mishandeld, immers heeft hij, verdachte, meerdere malen, althans eenmaal
waarschijnlijkeris onder de hypothese niet-accidentele oorzaak dan onder de hypothese accidentele oorzaak. Daarnaast is door de rechtbank voor het bewijs gebruik gemaakt van het NFI-rapport “Medisch-forensisch onderzoek naar aanleiding van letsels bij een minderjarig meisje” d.d. 30 december 2021, opgemaakt door forensisch arts [arts 3] . De deskundige [arts 3] concludeert dat de combinatie van de drie botbreuken in de benen van [slachtoffer 4] het gevolg is van impressie (kracht in de lengterichting van de benen) en/of zogenaamde hyperextensie, waarbij de benen volledig gestrekt worden met krachtige overstrekking. [arts 3] acht de combinatie van botbreuken
iets waarschijnlijkeronder de hypothese niet-accidentele dan onder de hypothese accidentele krachtsinwerking. De gerapporteerde bewijskracht van de deskundige [arts 3] is dus niet gelijkluidend aan de bewijskracht in het LECK advies, maar lager.
iets waarschijnlijkeris onder de hypothese niet-accidentele dan onder de hypothese accidentele krachtsinwerking, aldus [arts 3] . [arts 3] heeft voorts nog verklaard dat de hogere bewijskracht van het LECK verband houdt met de aanwezigheid van een zgn. ‘metafysaire hoekfractuur’. Omdat deze later niet met voldoende zekerheid is kunnen worden vastgesteld, heeft [arts 3] deze fractuur niet in zijn beoordeling betrokken en is hij tot een lagere bewijskracht gekomen. Indien deze wel zou zijn vastgesteld, dan had [arts 3] tot dezelfde bewijskracht geconcludeerd als het LECK, aldus de deskundige [arts 3] tijdens zijn verhoor bij de raadsheer-commissaris.
iets waarschijnlijkeris onder de hypothese niet-accidentele dan onder de hypothese accidentele krachtsinwerking. Aan de NFI-deskundige [arts 3] is ook gevraagd om scenario’s te bedenken hoe het letsel kan zijn ontstaan. Zijn conclusie luidt dat mogelijke veroorzakende krachtsinwerkingen door hem niet zijn aangetroffen in de beschikbaar gestelde gegevens. Over het scenario waarin het letsel kan zijn ontstaan schrijft [arts 3] op de pagina’s 6 en 7 van het NFI-rapport het volgende: Een breuk kan ontstaan bij een voorval in een accidenteel kader (val of ongeval) of een voorval in een niet-accidenteel kader (toegebracht letsel). Een mogelijk accidentele directe krachtsinwerking is bijvoorbeeld een val van hoogte waarbij het kind op een object valt. Verder kan een breuk in het bovenbeen ontstaan als een voorwerp het bovenbeen treft met veel energieoverdracht (bijvoorbeeld een zwaar voorwerp dat van enige hoogte op een bovenbeen valt of bij verkeersongelukken). Een mogelijke accidentele indirecte krachtsinwerking betreft bijvoorbeeld een val van significante hoogte waarbij het kind op de knie landt. Een mogelijk niet accidentele directe krachtsinwerking betreft bijvoorbeeld een harde slag of trap tegen het been. Een voorbeeld van een niet-accidentele indirecte krachtsinwerking is het hardhandig manipuleren van het been (bijvoorbeeld met kracht buigen van het been vanuit de lengterichting) of waarbij het kind aan het been van een bank of bed wordt getrokken en met het gewicht aan het been hangt. In het geval van [slachtoffer 4] lijkt de combinatie van de drie botbreuken het gevolg te zijn van impressie (kracht in de lengterichting van de benen), zoals kan ontstaan bij een sprong van hoogte met hard neerkomen op de hielen. Een andere mogelijke verklaring vormt zogenaamde hyperextensie, waarbij de benen volledig gestrekt worden met krachtige overstrekking, wat bijvoorbeeld beschreven is bij geforceerd kracht uitoefenen op de benen tijdens het verschonen.
hij op tijdstippen in de periode van 21 juli 2018 tot en met 30 december 2018 te Oosterhout met [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum 1] ), die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer 1] , hebbende verdachte voornoemde [slachtoffer 1] zijn, verdachtes, penis in de mond laten nemen en aan zijn penis laten likken en zijn vinger in haar vagina gebracht/geduwd;
hij op tijdstippen in de periode van 21 juli 2018 tot en met 30 december 2018 te Oosterhout [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum 1] ) heeft mishandeld door die [slachtoffer 1] :
Het proces-verbaal van aangifte, opgemaakt d.d. 17 januari 2019, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende de navolgende verklaring van [slachtoffer 2] [2] :
Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt d.d. 30 januari 2019, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende als bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] [3] :
(het hof begrijpt: de verdachte)en die deed heel erg stout tegen haar. Zij verklaarde: Hij ging mij allemaal aan mijn nek vast pakken en aan mijn nek bijna van de trap laten vallen, bij mijn keel vastpakken. Ik mocht het van hem niet zeggen want dan ging hij mij uit het raam gooien. En als ik dan niet dood was dan schopte hij me buiten. Het erge ding, ik moest aan zijn piemel likken. Ook al denk ik ergens anders aan dan moet ik toch denken aan wat er is gebeurd. Dat vind ik niet fijn om te vertellen want daar moet ik juist meer om huilen. Op school in dat boekje staat de naam van het kindje van die meneer. Dan moet ik in de gang zitten te lezen en dan moet ik er ook aan denken. Hij zei tegen mama dat hij mij welterusten ging zeggen maar dan doet hij van die stoute dingen tegen mij.
Het verslag verbatim studioverhoor, opgemaakt d.d. 8 april 2022, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende de navolgende verklaring van [slachtoffer 1] [4] :
(getuige legt haar beide handen om haar nek. Haar vingers liggen aan de achterkant in haar nek. Haar duimen zijn aan weerszijden van haar keel aan de voorkant van haar nek)ehm dat dee die met m'n nek vastpakken. En dat dee allemaal heel erg pijn. Ik kreeg bijna geen adem dan.
getuige heft haar beide handen voor zich op een kleine afstand van elkaar. Vingers gestrekt, handpalmen naar elkaar toe. Getuige pakt een voorwerp van haar van de tafel en houdt dat tussen haar beide handen vast) Ik denk of zo tot hier die piemel in mijn mond ging. (
Getuige houdt haar linkerhand in 't midden van 't
(getuig legt haar haar beide aan weerszijde van haar nek. Haar vingers zijn achter in haar nek)Vastpakken. En aan m’n nek. Knijpen ook. Met twee handen. En hij dee mij ook wel eens met één hand zo vasthouwen
(getuige legt de palm van haar rechterhand onder haar kin).M'n hoofd die, die deed echt heel erg pijn. En m'n nek ook. Ik voelde gewoon pijn. Ik dacht, ik, ik voelde me gewoon bang.
Het proces-verbaal van verhoor aangeefster, opgemaakt d.d. 6 augustus 2019, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende de navolgende verklaring van
Het proces-verbaal van verhoor getuige, opgemaakt d.d. 21 januari 2019, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende de navolgende verklaring van
(het hof begrijpt: de verdachte)vertelde aan ons dat wanneer [slachtoffer 2] [slachtoffer 1] op bed had gelegd hij naar boven ging om met [slachtoffer 1] te praten, om een band met haar op te bouwen.
Het proces-verbaal van verhoor getuige, opgemaakt d.d. 21 januari 2019, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende de navolgende verklaring van
(het hof begrijpt: de verdachte)belde mij toen hij nog in het huis van [slachtoffer 2] was
(het hof begrijpt: op 30 december 2018). Ik sprak hem aan de telefoon en [verdachte] had wel toegegeven dat hij [slachtoffer 1] bij haar keel had gegrepen.
Het proces-verbaal van verhoor getuige, opgemaakt d.d. 8 april 2019, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende de navolgende verklaring van [getuige 3] [8] :
Het proces-verbaal FO relaas, opgemaakt d.d. 4 oktober 2019, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende als bevindingen van verbalisant [verbalisant 2] [9] :
(het hof begrijpt telkens: AAHU9481NL)] te onderzoeken op sperma. Slachtoffer [slachtoffer 1] had verklaard dat de verdachte, [verdachte] , zijn piemel had afgeveegd aan deze blauwe deken. Dit had hij gedaan nadat zij aan zijn piemel moest likken en er wit spul uit zijn piemel kwam.
Het NFI-rapport, opgemaakt d.d. 3 mei 2019, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende de navolgende onderzoeksbevindingen van rapporteur [deskundige] [10] :
Het NFI-rapport, opgemaakt d.d. 2 oktober 2019, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende de navolgende onderzoeksbevindingen van rapporteur [deskundige] [11] :
Sperma sporen:
veel waarschijnlijkerzijn wanneer bemonstering AAHU9481NL#20 vaginale cellen en/of menstruele secretie bevat, dan wanneer de bemonstering uitsluitend andere celtype(n) bevat.
“Ik acht de resultaten van het uitgevoerde DNA-onderzoek, gegeven de gedane aannamen en verkregen contextinformatie, ongeveer even waarschijnlijk wanneer verdachte [verdachte] één of meer malen oraal seksueel contact heeft gehad met [slachtoffer 1] als wanneer dit niet het geval is geweest.”
moetzijn gekomen omdat zij hem oraal heeft bevredigd, het nadere NFI-onderzoek deze mogelijkheid ook geenszins uitsluit. Op bronniveau staat immers vast dat er, kort gezegd, sperma van de verdachte is aangetroffen op het dekentje van [slachtoffer 1] . Wanneer dit gegeven wordt gevoegd bij de verklaring van [slachtoffer 2] , inhoudende dat het blauwe dekentje van [slachtoffer 1] nooit is gebruikt voor het afvegen van sporen nadat zij, [slachtoffer 2] , zelf seks had met de verdachte, kan het naar het oordeel van het hof niet anders zijn dan dat het sperma van de verdachte op het dekentje van [slachtoffer 1] is terechtgekomen op de wijze zoals [slachtoffer 1] zegt, namelijk nadat zij aan de piemel van de verdachte moest likken en er gek nat wit spul uitkwam.
De (betrouwbaarheid van de) verklaring van [slachtoffer 2]:
Gelegenheid:
Veranderd gedrag [slachtoffer 1]:
relevant reason’ voor het niet organiseren van een ondervragingsgelegenheid, maar in deze concrete zaak betreft het ook een ‘
sufficient reason’, dat wil zeggen, de feiten en omstandigheden rechtvaardigen de afwijzing van het getuigenverzoek in dit concrete geval ook daadwerkelijk.
corroborative evidence supporting the untested witness statement’.
fair and proper assessment of the reliability and credibility’ van de verklaring van [slachtoffer 1] mogelijk hebben gemaakt.
,nu het hof het wenselijk acht dat de Staat der Nederlanden schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert.
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
44 (vierenveertig) maanden.
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]
€ 11.512,85 (elfduizend vijfhonderdtwaalf euro en vijfentachtig cent) bestaande uit € 1.512,85 (duizend vijfhonderdtwaalf euro en vijfentachtig cent) materiële schade en € 10.000,00 (tienduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.