Op 3 oktober 2024 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch uitspraak gedaan in het hoger beroep van Stichting tegen een beschikking van de kantonrechter Limburg. De Stichting verzocht om vaststelling van haar loon als executeur van een nalatenschap, ondanks een testamentaire bepaling dat de executeur geen recht heeft op loon.
De kantonrechter had de Stichting niet-ontvankelijk verklaard omdat zij geen executeur zou zijn. Het hof oordeelde echter dat de Stichting rechtsgeldig in de plaats is gesteld van de benoemde executeur, die zijn executele had aanvaard en vervolgens de Stichting als executeur had aangewezen. Hierdoor is de Stichting ontvankelijk in haar verzoek.
Het hof stelde vast dat de erfgenamen als belanghebbenden in de procedure betrokken moeten worden, omdat het verzoek van de Stichting neerkomt op een afwijking van het testament. Daarom beveelt het hof de Stichting om de erfgenamen pro forma op te roepen en hen het procesdossier digitaal of fysiek beschikbaar te stellen, zodat zij kunnen reageren of om een mondelinge behandeling kunnen verzoeken.
De beslissing tot toekenning van loon wordt aangehouden totdat de erfgenamen zijn gehoord. De Stichting moet uiterlijk 17 oktober 2024 de oproeping verzorgen en uiterlijk een week voor de pro forma datum van 31 oktober 2024 het hof informeren over de uitvoering hiervan.
Deze tussenbeschikking benadrukt het belang van hoor en wederhoor en de zorgvuldige afwikkeling van testamentaire bepalingen in het kader van executeursloon.