ECLI:NL:GHSHE:2024:3105
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen raadsheren belastingkamer gerechtshof
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen drie raadsheren van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch die belast zijn met de behandeling van belastingzaken in hoger beroep. Het verzoek betrof vermeende vooringenomenheid en het ontbreken van garanties over de inhoudelijke behandeling, deskundigheid en onafhankelijkheid van de raadsheren.
De raadsheren hebben schriftelijk en mondeling gereageerd en stelden dat de gevraagde garanties betrekking hebben op inhoudelijke beslissingen die niet vooraf gegeven kunnen worden. Ook werd benadrukt dat het enkele feit dat een raadsheer in een andere zaak als gemachtigde optrad, niet leidt tot een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.
De wrakingskamer oordeelde dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn en dat een wrakingsverzoek moet steunen op concrete, toegespitste feiten die een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid rechtvaardigen. De aangevoerde gronden, waaronder het gebrek aan garanties en eerdere optredens in andere zaken, zijn onvoldoende om het wrakingsverzoek te honoreren.
Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen, zodat de hoofdzaak onverminderd kan worden voortgezet. De beslissing werd gegeven door een meervoudige kamer met drie rechters en griffier op 2 oktober 2024.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de raadsheren wordt afgewezen wegens onvoldoende objectieve gronden voor vooringenomenheid.