Uitspraak
5.Het vervolg van de procedure in hoger beroep
- het tussenarrest van 9 juli 2024;
- de door [appellante] genomen akte overlegging producties na tussenarrest, met producties 7 en 8;
- het ambtshalve royement van de zaak op 20 augustus 2024, omdat [appellante] op die datum niet aanvullend heeft gefourneerd;
- de hervatting van de zaak op 3 september 2024, bij welke gelegenheid [appellante] alsnog aanvullend heeft gefourneerd.
6.De verdere beoordeling
- A. het door Kiwa, als bij het tussenvonnis van 13 april 2022 benoemde deskundige, uitgebrachte “Test Report Medical Face Mask” van 20 december 2022;
- B. het door [appellante] bovenaan blz. 2 van de memorie van grieven onder j genoemde “deskundigenrapport 27 maart 2023”.
- Het in rov. 6.1.2 onder B genoemde Audit Report maakte al onderdeel uit van het procesdossier in deze zaak. Dit Audit Report is genoemd in rov. 3.5.3 onder II en in rov. 3.5.4 van het tussenarrest van 9 juli 2024.
- Het in rov. 6.1.2 onder A genoemde Test Report is wel een nieuw stuk, dat eerder nog niet was overgelegd.
- in rov. 2.2 van het beroepen vonnis een deel van het hiervoor in rov. 6.1.2 onder B genoemde Audit Report van Kiwa weergegeven;
- in rov. 2.3 van het beroepen vonnis een passage uit het hiervoor in rov. 6.1.2 onder A genoemde Test Report van Kiwa weergegeven.
Deze norm houdt onder meer in dat de mondmaskers een BFE hebben van meer dan 98%. Het geschil spitst zich toe op de vraag of de mondmaskers voldoen aan die norm.”
- In een e-mailwisseling van 27 maart 2020 (geciteerd op blz. 2 van de pleitnota van Solmed en niet betwist door [appellante]) heeft [appellante] aan Solmed bevestigd dat de te leveren mondmaskers niet van type 1 maar van type IIR zouden zijn.
- Op de facturen die [appellante] in april 2020 aan Solmed heeft verzonden in verband met de levering van de mondmaskers, staat als artikelnaam onder meer vermeld: “Medimask sugical masks (…)”.Dit is zonder nadere toelichting, die [appellante] niet heeft gegeven, niet te verenigen met de bewering van [appellante] dat Solmed 3 laags mondmaskers voor normaal gebruik heeft besteld en geen (specifiek) medische mondmaskers.
- [appellante] heeft vanwege het met Solmed ontstane geschil zelf al in augustus 2020 een test laten uitvoeren door Kiwa van de mondmaskers die volgens haar afkomstig waren uit dezelfde batch als de mondmaskers die zij aan Solmed heeft geleverd. Op blz. 1 van het betreffende Test Report van Kiwa van 25 augustus 2020 staat onder meer “In accordance with NEN-EN 14683+C1”, en “MEDICAL FACE MASKS”. [appellante] heeft niet verklaard waarom zij de mondmaskers aan de hand van die normen heeft laten testen als niet de levering van medische mondmaskers was overeengekomen.
- Op de door [appellante] aan Solmed aangereikte informatie over de mondmaskers, die als productie 5 bij de inleidende dagvaarding is overgelegd, is onder meer vermeld: “Medimask”, CE Number 93/42/EEC Medical Device Directive -Annex VII”, “Type IIR” en “EN Norm 14683”. Ook dat is niet te verklaren als slechts de levering van gewone mondmaskers en niet van medische mondmaskers zou zijn overeengekomen.
- Bij de bemonstering in het magazijn van Veka Medikal BVBA werd aan Dielissen, bestuurder van [appellante], meteen duidelijk dat de daar aanwezige dozen mondmaskers niet door [appellante] aan Solmed zijn geleverd (punten 7 en 9).
- Op de seals van de pallets met dozen zaten etiketten waarop onder meer stond: “SENDER: Dina New Crossdock”. [appellante] weet niet wie of wat dat is. Verder stond op de etiketten onder meer “H. ESSER. [appellante] weet niet wie dat is (punt 5 en punt 8).
- Er zaten op de seals van de pallets geen stickers van de eigenaar van het magazijn uit Roosendaal, waar [appellante] de pallets met mondmaskers voor Solmed had klaargezet.
- dat zij slechts de opdracht hadden om de mondmaskers die in het magazijn stonden, te testen;
- dat zij zorgvuldig in hun rapport zouden opschrijven hoe zij de mondmaskers aantroffen;
- dat zij niet in hun rapport wilden opnemen dat de mondmaskers niet door [appellante] waren geleverd.
- Griffierecht € 4.200,--
- Salaris advocaat/gemachtigde € 4.700,--
- Explootkosten € 106,73
- Griffierechten € 5.689,--
- Salaris advocaat € 3.572,-- (1 punt voor de memorie van grieven maal
7.De uitspraak
- wijst de vorderingen van Solmed af;
- veroordeelt Solmed in de proceskosten van het geding bij de rechtbank ten bedrage van € 8.900,--, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf veertien dagen na aanschrijving tot betaling;