ECLI:NL:GHSHE:2024:3223

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
15 oktober 2024
Publicatiedatum
15 oktober 2024
Zaaknummer
200.324.004_01
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Verordening (EU) nr. 1215/2012Art. 4 lid 1 Verordening (EU) nr. 1215/2012Art. 5 lid 1 Verordening (EU) nr. 1215/2012Art. 18 lid 2 Verordening (EU) nr. 1215/2012Art. 19 Verordening (EU) nr. 1215/2012
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevoegdheid Nederlandse rechter bij consumentenkoop en forumkeuze

In deze civiele zaak staat de vraag centraal of de Nederlandse rechter bevoegd is om kennis te nemen van een geschil tussen een Belgische consument en een Nederlandse vennootschap over een koopovereenkomst van een woning. Het hof toetst ambtshalve de rechterlijke bevoegdheid aan de hand van de EU-Verordening nr. 1215/2012, waarbij het uitgangspunt is dat een consument in beginsel alleen in zijn woonlidstaat kan worden gedagvaard.

De geïntimeerde beroept zich op een forumkeuzebeding in de koopovereenkomst, maar het hof overweegt dat dit beding niet geldig is indien de vennootschap haar commerciële activiteiten op België richt, tenzij het beding na het ontstaan van het geschil is overeengekomen of de consument een keuzevrijheid krijgt. Daarnaast is niet vastgesteld of de consument tijdig is geïnformeerd over zijn recht om de bevoegdheid te betwisten.

Ook in reconventie is er een geschil over conservatoire beslagen in België, waarbij het hof oordeelt dat de Nederlandse rechter bevoegd is, omdat de vennootschap in Nederland is gevestigd. Het hof verwijst de zaak naar de rol zodat partijen zich kunnen uitlaten over de bevoegdheid en overige relevante vragen. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

Uitkomst: Het hof houdt iedere verdere beslissing aan en verwijst de zaak naar de rol voor nadere uitlatingen over de bevoegdheid van de Nederlandse rechter.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team Handelsrecht
zaaknummer 200.324.004/01
arrest van 15 oktober 2024
in de zaak van
[appellant],
wonende te [woonplaats] (België),
appellant,
in eerste aanleg gedaagde in conventie, eiser in reconventie,
hierna aan te duiden als: [appellant],
advocaat: mr. P.J.M. Boomaars,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Cosunpark Development B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
geïntimeerde,
in eerste aanleg eiseres in conventie, verweerster in reconventie,
hierna aan te duiden als: Cosunpark,
advocaat: mr. R. Bisschop,
als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 16 mei 2023, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald.

5.Het verdere verloop van de procedure

5.1.
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
  • de memorie van grieven van 19 september 2023,
  • de memorie van antwoord van 28 november 2023, met producties.
5.2.
Vervolgens hebben partijen de stukken voor het wijzen van arrest aan het hof overgelegd en heeft het hof arrest bepaald.

6.De beoordeling van de bevoegdheid van de Nederlandse rechter

in conventie
6.1.
[appellant] woont in België. Hij is gedagvaard voor de Nederlandse rechter. Het hof moet daarom ambtshalve vaststellen of de Nederlandse rechter bevoegd is om kennis te nemen van dit geschil.
6.2.
Het hof past daarvoor de regels toe van de Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (herschikking) (hierna: de Verordening). In artikel 4 lid 1 van Pro de Verordening is bepaald dat zij die woonplaats hebben op het grondgebied van een lidstaat worden opgeroepen voor het gerecht van die lidstaat. Op grond van artikel 5 lid 1 van Pro de Verordening kunnen degenen die op het grondgebied van een lidstaat woonplaats hebben slechts voor het gerecht van een andere lidstaat worden opgeroepen krachtens de in de afdelingen 2 tot en met 7 van hoofdstuk II Bevoegdheid gegeven regels. Aangezien [appellant] in België woont, behoort hij in beginsel in België voor de rechter te worden gedaagd.
6.3.
Cosunpark beroept zich voor de bevoegdheid van de Nederlandse rechter op de forumkeuze voor de “
bevoegde rechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant” in artikel 25.3 van de koopovereenkomst van 5 november 2021.
6.4.
In het kader van de geldigheid van het boetebeding heeft [appellant] erop gewezen dat hij een consument is. Het gaat hier om de koop van een woning en Cosunpark heeft niet betwist dat de koopovereenkomst tussen haar en [appellant] een koopovereenkomst is die niet als bedrijfs- of beroepsmatig kan worden beschouwd. Afdeling 4 van de Verordening, indien van toepassing, geeft regels voor de bevoegdheid voor door consumenten gesloten overeenkomsten. In artikel 18 lid 2 van Pro die afdeling wordt bepaald dat de rechtsvordering tegen de consument slechts kan worden gebracht voor het gerecht van de lidstaat op het grondgebied waarvan de consument woonplaats heeft. Ook deze bepaling wijst de Belgische rechter aan.
6.5.
Artikel 19 van Pro de Verordening regelt in welke gevallen een forumkeuze geldig is, als het gaat om een consumentenovereenkomst in de zin van artikel 17 van Pro de Verordening. Er is sprake van een consumentenovereenkomst in de zin van artikel 17 van Pro de Verordening als Cosunpark commerciële of beroepsactiviteiten ontplooit in België, of dergelijke activiteiten met ongeacht welke middelen richt op België en de koopovereenkomst tussen partijen onder die activiteiten valt (artikel 17 lid 1 sub c van Pro de Verordening). Als daarvan sprake is, is een forumkeuzebeding alleen geldig als dat beding is overeengekomen na het ontstaan van het geschil, of als het forumkeuzebeding (alleen) aan de consument de mogelijkheid geeft de zaak voor te leggen aan een andere rechter dan de rechter van zijn woonplaats. Het forumkeuzebeding in de koopovereenkomst voldoet niet aan die eisen en zou daarom in dit geval niet geldig zijn. Als daarentegen Cosunpark – kort gezegd – haar commerciële activiteiten niet op België heeft gericht, is dit forumkeuzebeding in de koopovereenkomst geldig en dan is de Nederlandse rechter bevoegd om kennis te nemen van het geschil (in conventie).
6.6.
[appellant] is – als gedaagde in eerste aanleg – verschenen bij de rechtbank zonder de bevoegdheid van de Nederlandse rechter te betwisten. Op grond van artikel 26 lid 2 van Pro de Verordening kan de Nederlandse rechter alleen op grond van die stilzwijgende forumkeuze bevoegdheid aannemen, nadat het gerecht zich ervan heeft vergewist dat [appellant] op de hoogte is gebracht van zijn recht de bevoegdheid van het gerecht te betwisten en van de gevolgen van verschijnen of niet-verschijnen. Uit het procesdossier kan het hof niet opmaken dat [appellant] op de hoogte is gebracht van zijn recht de bevoegdheid van het gerecht te betwisten en van de gevolgen van verschijnen of niet-verschijnen.
conclusie
6.7.
Uit het voorgaande volgt dat de Nederlandse rechter rechtsmacht toekomt om kennis te nemen van dit geschil in conventie, (1) als partijen alsnog expliciet kiezen voor de Nederlandse rechter als bevoegde rechter, (2) als [appellant] tijdig op de hoogte is gebracht van zijn recht de bevoegdheid van het gerecht te betwisten en van de gevolgen van verschijnen of niet-verschijnen of (3) als niet blijkt dat Cosunpark commerciële activiteiten, waar de koopovereenkomst onder valt, richtte op België. Het hof zal de zaak daarom naar de rol verwijzen, zodat partijen zich kunnen uitlaten over de bevoegdheid van de Nederlandse rechter.
6.8.
Ten overvloede overweegt het hof dat de vordering zoals die is ingesteld ziet op betaling van een contractuele boete en schadevergoeding, het gaat dus niet om zakelijke rechten op een onroerend goed, zodat artikel 24 van Pro de Verordening geen grondslag biedt voor de bevoegdheid van de Nederlandse rechter.
in reconventie
6.9.
De vordering in reconventie ziet op een gebod aan Cosunpark om door haar – na verkregen verlof van de Nederlandse voorzieningenrechter – in België gelegde conservatoire beslagen op te heffen. Die vordering is in eerste aanleg afgewezen en [appellant] vordert in hoger beroep alsnog toewijzing daarvan.
6.10.
Het geschil in reconventie gaat om een gebod aan Cosunpark om iets te doen, en is dus geen geschil over de tenuitvoerlegging van een rechterlijke beslissing. Dat betekent dat artikel 24 lid 5 van Pro de Verordening niet de Nederlandse rechter als exclusief bevoegde rechter aanwijst.
6.11.
Omdat Cosunpark in Nederland gevestigd is, is de Nederlandse rechter bevoegd om kennis te nemen van dit geschil in reconventie, ook als de Nederlandse rechter niet bevoegd zou zijn om kennis te nemen van het geschil in conventie. Het hof ziet daarin aanleiding om [appellant] in de gelegenheid te stellen om zich uit te laten over de vraag of hij deze vordering aan de Nederlandse rechter voorlegt in het geval de Nederlandse rechter niet bevoegd is om kennis te nemen van de vordering in conventie.
6.12.
In het kader van een goede proceseconomie, stelt het hof [appellant] ook in de gelegenheid om te reageren op de stelling in de memorie van antwoord van Cosunpark dat de gelegde beslagen reeds opgeheven zijn.
6.13.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

7.De uitspraak

Het hof, recht doende in hoger beroep:
7.1.
verwijst de zaak naar de rol van 12 november 2024,
7.1.1.
zodat [appellant] en Cosunpark zich bij akte kunnen uitlaten of zij alsnog de Nederlandse rechter aanwijzen als de bevoegde rechter om van dit geschil kennis te nemen,
7.1.2.
zodat [appellant] en Cosunpark zich bij akte kunnen uitlaten over de vraag of Cosunpark commerciële of beroepsactiviteiten ontplooit in België, of dergelijke activiteiten met ongeacht welke middelen richt op België en de koopovereenkomst tussen partijen onder die activiteiten valt;
7.1.3.
zodat [appellant] en Cosunpark zich bij akte kunnen uitlaten over de vraag of [appellant] tijdig op de hoogte is gebracht van zijn recht de bevoegdheid van het gerecht te betwisten en van de gevolgen van verschijnen of niet-verschijnen;
7.1.4.
zodat [appellant] zich bij akte uit kan laten over de vordering in reconventie voor het geval de Nederlandse rechter niet bevoegd is kennis te nemen van het geschil in conventie en zich uit kan laten over de stelling in de memorie van antwoord van Cosunpark dat de gelegde beslagen reeds opgeheven zijn;
7.2.
waarna beide partijen op de rol van vier weken later een antwoordakte mogen nemen;
7.3.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. E. Loesberg, O.G.H. Milar en D.E. Valle Robles-Roomer en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 15 oktober 2024.
griffier rolraadsheer