In deze civiele zaak staat de vraag centraal of de Nederlandse rechter bevoegd is om kennis te nemen van een geschil tussen een Belgische consument en een Nederlandse vennootschap over een koopovereenkomst van een woning. Het hof toetst ambtshalve de rechterlijke bevoegdheid aan de hand van de EU-Verordening nr. 1215/2012, waarbij het uitgangspunt is dat een consument in beginsel alleen in zijn woonlidstaat kan worden gedagvaard.
De geïntimeerde beroept zich op een forumkeuzebeding in de koopovereenkomst, maar het hof overweegt dat dit beding niet geldig is indien de vennootschap haar commerciële activiteiten op België richt, tenzij het beding na het ontstaan van het geschil is overeengekomen of de consument een keuzevrijheid krijgt. Daarnaast is niet vastgesteld of de consument tijdig is geïnformeerd over zijn recht om de bevoegdheid te betwisten.
Ook in reconventie is er een geschil over conservatoire beslagen in België, waarbij het hof oordeelt dat de Nederlandse rechter bevoegd is, omdat de vennootschap in Nederland is gevestigd. Het hof verwijst de zaak naar de rol zodat partijen zich kunnen uitlaten over de bevoegdheid en overige relevante vragen. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.