Belanghebbende heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank in een belastingzaak, maar is niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de wettelijke termijn is betaald. Belanghebbende heeft een beroep op betalingsonmacht gedaan, maar dit is afgewezen omdat haar gezamenlijke netto-uitkering hoger was dan 95% van de maximale bijstandsuitkering voor een alleenstaande.
Na een nieuwe aanmaning heeft belanghebbende aangegeven het griffierecht pas na een bepaalde datum te kunnen voldoen, maar is geen betaling ontvangen. Het hof oordeelt dat er geen omstandigheden zijn die redelijkerwijs verhinderen dat belanghebbende in verzuim is geweest.
Daarom is de niet-ontvankelijkverklaring terecht en wordt het verzet ongegrond verklaard. Er worden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd. De uitspraak is gedaan door raadsheer J.M. van der Vegt en griffier M.A.M. van den Broek op 10 januari 2024.