Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
datum beslissing 30 oktober 2024
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Op 27 september 2024 vond een strafzitting plaats in hoger beroep tegen verzoekster. Aan het einde van deze zitting werd het onderzoek gesloten en de uitspraak gepland op 11 oktober 2024. Het wrakingsverzoek werd echter pas op 11 oktober 2024 ingediend, veertien dagen na de zitting, wat te laat is volgens artikel 513 van Pro het Wetboek van Strafvordering.
Verzoekster stelde dat zij door emotionele impact van de zitting niet eerder in staat was het verzoek in te dienen, maar zij onderbouwde dit niet met schriftelijke stukken. De wrakingskamer oordeelde dat het tijdsverloop niet geoorloofd was en dat de emotionele verwerking niet voldoende was aangetoond. Bovendien werd het verzoek inhoudelijk beoordeeld en afgewezen omdat de enkele eerdere betrokkenheid van raadsheren bij een andere zaak tegen verzoekster geen objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid oplevert.
Ook de klacht dat raadsheren niet correct met bewijs en getuigenverklaringen waren omgegaan, werd verworpen als geen grond voor wraking. De wrakingskamer benadrukte dat dit soort bezwaren niet via wraking kunnen worden behandeld, maar via het reguliere hoger beroep. De wrakingskamer verklaarde verzoekster daarom niet-ontvankelijk in haar wrakingsverzoek, waardoor het hoofdproces kan worden voortgezet.
Uitkomst: Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening en gebrek aan onderbouwing.