Belanghebbende maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag BPM opgelegd door de inspecteur na registratie van een gebruikte Mercedes-Benz GLE-klasse. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en belanghebbende stelde hoger beroep in bij het hof.
Het geschil betrof onder meer de transparantie van het BPM-stelsel, de waardering van de auto in verband met schade, de toepassing van de 72%-norm en de waardevermindering wegens het ontbreken van een oordeel van de RDW over de kilometerstand. Belanghebbende voerde aan dat het taxatierapport een hogere schadewaarde toonde en dat de waardering niet transparant was.
Het hof verwierp deze argumenten. Het taxatierapport van belanghebbende werd niet aannemelijk geacht vanwege het grote verschil met de aankoopprijs en de goedkeuring van de auto door de RDW zonder opmerkingen. De inspecteur had 100% van de door hem vastgestelde schade in aanmerking genomen, waardoor de grief over de 72%-norm niet slaagde. Ook was onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het ontbreken van een oordeel over de kilometerstand een waardedrukkend effect had.
Het hof bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen vergoeding van griffierecht of proceskosten toegewezen.