Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[ appellant sub 1] ,[woonplaats] ,
[appellante sub 2] ,[woonplaats] ,
1.[geïntimeerde sub 1] ,[woonplaats] ,
[geïntimeerde sub 2] ,[woonplaats] ,
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/02/397831 / HA ZA 22-261)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep met een productie;
- de memorie van grieven met een productieoverzicht en een productie;
- de memorie van antwoord met een productie;
- de mondelinge behandeling op 21 februari 2024, waarbij door mr. Andriessen spreekaantekeningen zijn overgelegd;
3.De beoordeling
Formeel, is al besproken met [bedrijf A])".
geen bindend aanbod tot een hypothecaire geldlening van een
Alsdan zijn beide partijen van deze
Helaas moeten wij u melden dat wij u deze financiering niet kunnen verstrekken. De reden hiervoor is dat het onderpand, [adres] , geen woonbestemming heeft en hierdoor kunnen wij het onderpand niet beoordelen als een woning met (enkel) bestemming wonen.(...)”
“(…)
Ik heb gevraagd naar de brief/mail van de Rabobank met de afwijzing van de hypotheekaanvraag. Die heb ik dezelfde dag nog ontvangen. De reden van de afwijzing:
Daarna heb ik contact opgenomen met mevrouw [persoon B] van de Rabobank, die de aanvraag in behandeling had, om te vragen of er wellicht toch nog een mogelijkheid was (binnen de aangevraagde financiering). Zij gaf aan dat er een mogelijkheid voor financiering was, de koper kwam in aanmerking voor een afwijkend acceptatiebeleid. Dan zou er wel een renteopslag gelden en mocht er geen maximale financiering zijn.(…)”
Formeel, is al besproken met [bedrijf A])' heeft geconcludeerd en mocht concluderen dat het financieringsvoorbehoud maar een formaliteit was. Volgens [appellanten] heeft de rechtbank ten onrechte geen waarde aan die bewoordingen gehecht.