ECLI:NL:GHSHE:2024:3754

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
27 november 2024
Publicatiedatum
27 november 2024
Zaaknummer
23/254
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 15 lid 1 belastingverdrag Nederland-ZwitserlandArt. 15 lid 3 belastingverdrag Nederland-ZwitserlandArt. 8:75 Algemene wet bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging exclusief heffingsrecht Nederland over inkomsten 2014 belanghebbende

Belanghebbende, een Rijnvarende woonachtig in Italië, stelde beroep in tegen een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over het jaar 2014 opgelegd door de inspecteur van de Belastingdienst. Het geschil betrof de vraag welk land het heffingsrecht had over de door belanghebbende genoten inkomsten.

De rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelde dat Nederland het exclusieve heffingsrecht toekomt op grond van artikel 15, lid 1 van het belastingverdrag Nederland-Zwitserland en dat het beroep op lid 3 van dat artikel niet slaagt. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch bevestigt deze uitspraak en acht de overwegingen van de rechtbank juist en op goede gronden gegeven.

Belanghebbende en zijn gemachtigde verschenen niet op de zitting, ondanks tijdige en aangetekende uitnodiging. Het hof ziet geen reden om het door belanghebbende betaalde griffierecht te vergoeden en wijst een veroordeling in proceskosten af op grond van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.

De mondelinge uitspraak van het hof werd op 27 november 2024 gedaan en bevestigd dat Nederland het exclusieve heffingsrecht heeft over de inkomsten die belanghebbende in 2014 van Poseidon heeft genoten. Tegen deze uitspraak staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad der Nederlanden.

Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt dat Nederland het exclusieve heffingsrecht heeft over de inkomsten van belanghebbende in 2014.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Team belastingrecht
Meervoudige Belastingkamer
Nummer: 23/254
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep van
[belanghebbende] ,
wonend in [woonplaats] (Italië), domicilie gekozen hebbend te [plaats] ,
hierna: belanghebbende,
tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant (hierna: de rechtbank) van 25 januari 2023, nummer BRE 19/891, in het geding tussen belanghebbende en
de inspecteur van de Belastingdienst,
hierna: de inspecteur,
betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2014 opgelegde aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.

Onderzoek ter zitting

De zitting heeft plaatsgehad op 13 november 2024 in ’s-Hertogenbosch. Aldaar zijn verschenen en gehoord namens de inspecteur, [inspecteur 1] en [inspecteur 2] . Belanghebbende en zijn gemachtigde zijn niet verschenen.
De griffier heeft verklaard dat zij belanghebbende bij brief van 25 juli 2024 heeft uitgenodigd voor de zitting met vermelding van datum, plaats en tijdstip van de zitting. Deze brief, met nummer [nummer] , is aangetekend verzonden naar het door belanghebbende opgegeven adres. Tot de gedingstukken behoort een kopie van de lijst van aangetekende verzendbewijzen en een schermprint van de statusinformatie van het verzendbewijs. Hieruit volgt dat de uitnodiging voor de zitting op 26 juli 2024 op het door belanghebbende opgegeven adres is afgeleverd.
Na behandeling van de zaak heeft het hof heden, 27 november 2024, de volgende mondelinge uitspraak gedaan.

Beslissing

Het hof:
- verklaart het hoger beroep ongegrond;
- bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

Gronden

Ten aanzien van het geschil
De rechtbank heeft in de overwegingen 4.1 tot en met 4.6 overwogen dat belanghebbende niet met vrucht een beroep kan doen op het bepaalde in artikel 15, lid 3 van het belastingverdrag [1] Nederland-Zwitserland en dat Nederland op grond van artikel 15, lid 1, van het belastingverdrag het exclusieve heffingsrecht heeft over de inkomsten die belanghebbende in 2014 heeft genoten van Poseidon. Het hof acht deze overwegingen juist, op goede gronden gegeven en maakt deze tot de zijne.
Ten aanzien van het griffierecht
Het hof is van oordeel dat er geen redenen aanwezig zijn om te gelasten dat de inspecteur aan belanghebbende het door hem betaalde griffierecht geheel of gedeeltelijk vergoedt.
Ten aanzien van de proceskosten
Het hof acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Slot
Gelet op al het vorenoverwogene moet worden beslist als bovenvermeld.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal.
Aldus gedaan door P. Fortuin, voorzitter, T.A. Gladpootjes en F.P.G. Pötgens, en voor wat betreft de beslissing in tegenwoordigheid van M.M. Stassen-Kanters, griffier, in het openbaar uitgesproken op 27 november 2024.
Dit proces-verbaal is ondertekend door de griffier en door T.A. Gladpootjes, aangezien de voorzitter is verhinderd dit te ondertekenen.
De griffier, De voorzitter,
M.M. Stassen-Kanters T.A. Gladpootjes
Een afschrift van dit proces-verbaal is op 27 november 2024 in Mijn Rechtspraak geplaatst. Aan de partij die niet digitaal procedeert, is een afschrift op die datum aangetekend per post verzonden.
Het aanwenden van een rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij
de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie instellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie
www.hogeraad.nl).
Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:
Bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.
(Alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn;
Het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
de naam en het adres van de indiener;
de dagtekening;
een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;
e gronden van het beroep in cassatie.
Tenzij de Hoge Raad anders bepaalt, zal het gerechtshof deze mondelinge uitspraak vervangen door een schriftelijke. In dat geval krijgt de indiener de gelegenheid de gronden van het beroep in cassatie alsnog aan te voeren of aan te vullen.
Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad.
In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de andere partij te veroordelen in de proceskosten.

Voetnoten

1.Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Zwitserse Bondsstaat tot het vermijden van dubbele belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en het voorkomen van het ontduiken en ontwijken van belasting, ’s-Gravenhage, 26 februari 2010 (hierna: het belastingverdrag).