ECLI:NL:GHSHE:2024:3843
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van verzoek tot tussenkomst na intrekking door tussenkomende partij
In deze zaak speelde een incident tot tussenkomst in een hoger beroep bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch. De tussenkomende partij had een verzoek tot tussenkomst ingediend en was door het hof in de gelegenheid gesteld haar vordering nader te onderbouwen. Vervolgens trok zij haar verzoek in zonder nadere toelichting.
Het hof oordeelde dat doordat de tussenkomende partij geen zelfstandige vordering meer wenste in te stellen, zij niet-ontvankelijk moest worden verklaard in haar verzoek tot tussenkomst. Daarnaast werd zij veroordeeld in de proceskosten van het incident, omdat het incident nodeloos was opgeworpen.
In de hoofdzaak werd de zaak verwezen naar de rol voor memorie van grieven aan de zijde van appellante, waarbij verdere beslissingen werden aangehouden. Het arrest werd gewezen door drie raadsheren en op 3 december 2024 openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De tussenkomende partij is niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot tussenkomst en veroordeeld in de proceskosten.